AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Gerechtshof wijst oproeping overige erfgenamen in procedure over pacht onverdeelde nalatenschap
In deze zaak staat centraal of appellanten zelfstandig kunnen procederen over de vraag of de percelen in de onverdeelde nalatenschap zijn verpacht, zonder de overige erfgenamen te betrekken. De pachtkamer van de rechtbank Rotterdam had in eerste aanleg de vordering van geïntimeerde toegewezen, waarbij alle erfgenamen partij waren.
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen dit vonnis, maar hebben niet alle erfgenamen in het geding betrokken. Geïntimeerde stelde dat dit tot niet-ontvankelijkheid leidt en dat de overige erfgenamen alsnog moeten worden opgeroepen. Het hof oordeelt dat de rechtsverhouding processueel ondeelbaar is, zodat appellanten niet zonder de andere erfgenamen kunnen procederen.
Het hof geeft appellanten daarom de gelegenheid om de overige erfgenamen alsnog op te roepen op grond van artikel 118 RvPro. Na oproeping kunnen deze erfgenamen partij worden en hun standpunten kenbaar maken. De zaak wordt aangehouden tot de roldatum waarop de oproeping moet zijn verricht.
Het arrest is gewezen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en op 25 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Appellanten moeten de overige erfgenamen oproepen om deel te nemen aan het hoger beroep, anders kunnen zij niet ontvankelijk worden verklaard.
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ;
2. [appellant 2], wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ;
3. [appellant 3], wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
die hoger beroep hebben ingesteld
en bij de pachtkamer optraden als gedaagde partijen,
hierna [appellanten] te noemen (vrouwelijk meervoud),
vertegenwoordigd door mr. B. Nijman,
tegen
[geïntimeerde.], tevens handelend onder de naam Landbouwbedrijf De Halve Maan,
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
die bij de pachtkamer optrad als eiser,
hierna [geïntimeerde] te noemen
vertegenwoordigd door mr. A.C. Teeuw.
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1
[appellanten] hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de pachtkamer in de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, op 16 juli 2021 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep
de memorie van grieven
de memorie van antwoord, met producties
een akte, met een productie en de antwoordakte.
2.Het oordeel van het hof
Inleiding
2.1
[geïntimeerde] heeft in de procedure bij de pachtkamer van de rechtbank de vastlegging van een pachtovereenkomst tussen hem en [persoon X] gevorderd. [persoon X] is overleden. [geïntimeerde/erfgenaam 1] en [appellanten/erfgenaam 2] , alsmede [erfgenaam 3] , [erfgenaam 4] en [erfgenaam 5] zijn erfgenamen in zijn onverdeelde nalatenschap. [geïntimeerde] heeft in eerste aanleg alle overige erfgenamen gedagvaard. [erfgenaam 3] en [erfgenaam 5] hebben in persoon geprocedeerd maar geen verweer gevoerd en [erfgenaam 4] is niet verschenen. De pachtkamer in Rotterdam heeft de vordering van [geïntimeerde] toegewezen. Die beslissing geldt tussen alle erfgenamen.
2.2
Volgens [geïntimeerde] had [appellanten] de andere drie erfgenamen ook in hoger beroep moeten dagvaarden en zijn zij daarom niet-ontvankelijk. Als dat niet zo is, voert [geïntimeerde] aan dat de andere erfgenamen alsnog moeten worden opgeroepen om deel te nemen aan dit hoger beroep. [geïntimeerde] heeft aangevoerd dat hij de andere drie erfgenamen in kennis heeft gesteld van de dagvaarding in hoger beroep en hen daarbij heeft uitgenodigd om zich te voegen of tussen te komen.
2.3
Naar het oordeel van het hof is de kennisgeving niet voldoende omdat het gaat om een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Het hof is daarom van oordeel dat [appellanten] niet zonder de overige erfgenamen in het geding te betrekken kunnen procederen over de vraag of de in de onverdeelde nalatenschap vallende percelen al dan niet zijn verpacht (en dus of er een pachtverhouding bestaat). Het hof stelt [appellanten] daarom in de gelegenheid [erfgenaam 3] , [erfgenaam 4] en [erfgenaam 5] alsnog in dit geding op te roepen op de voet van artikel 118 RvPro.
2.4
Na de oproeping zijn deze erfgenamen partij in de procedure en kunnen zij desgewenst bij memorie een standpunt aan het hof ter beoordeling voorleggen.
Slotsom
2.5
[appellanten] wordt in de gelegenheid gesteld [erfgenaam 3] , [erfgenaam 4] en [erfgenaam 5] op te roepen. [appellanten] zal een afschrift in het geding moeten brengen van het exploot waarbij zij deze erven heeft opgeroepen om vertegenwoordigd door een advocaat in dit geding te verschijnen op de roldatum als hierna vermeld. Verder houdt het hof iedere beslissing aan.
3.De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
bepaalt dat [appellanten] [erfgenaam 3] , [erfgenaam 4] en [erfgenaam 5] moeten oproepen om te verschijnen op roldatum 22 november 2022,
verwijst de zaak naar die roldatum voor akte in geding brengen exploot aan de zijde van de [appellanten] ,
bepaalt dat [erfgenaam 3] , [erfgenaam 4] en [erfgenaam 5] op die roldatum in het geding kunnen verschijnen, waarna zij een memorie kunnen nemen met hun standpunt,
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Th.C.M. Willemse, S.B. Boorsma en B.J.H. Hofstee en de deskundige leden ir. W.G. Nijlant en ir. J.H. Jurrius, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2022.