Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
enkel en alleen om dit definitief te sluiten”. [appellant] ondertekent de VSO niet.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemer trad in 2014 in dienst bij Van den Haak, een transportbedrijf, en werd op 17 augustus 2021 op staande voet ontslagen wegens veelvuldig te laat komen. Ondanks gesprekken en waarschuwingen bleef de werknemer structureel te laat verschijnen, wat leidde tot schorsingen en uiteindelijk het ontslag.
De werknemer stelde dat het ontslag niet onverwijld was gegeven en dat de dringende reden onvoldoende concreet was meegedeeld. Het hof oordeelde dat het ontslag onverwijld was gegeven na het laatste incident en dat de brief voldoende duidelijkheid bood over de dringende reden. Het overzicht van de gewerkte diensten toonde aan dat de werknemer in 243 van de 562 diensten te laat was, soms met aanzienlijke overschrijding.
De werknemer voerde aan dat oververmoeidheid en burn-out de oorzaak waren, maar dit werd niet onderbouwd met medische stukken en was niet gemeld aan de werkgever. Het hof vond dat de werkgever voldoende had gedaan door het gedrag bespreekbaar te maken en hulp aan te bieden.
Gelet op de ernst en frequentie van het te laat komen, oordeelde het hof dat sprake was van een dringende reden die het ontslag rechtvaardigde. De werknemer had daardoor geen recht op transitievergoeding. Verzoeken tot overlegging van aanvullende stukken werden afgewezen wegens gebrek aan belang. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens veelvuldig te laat komen is rechtsgeldig en de vorderingen van de werknemer worden afgewezen.