Belanghebbende verzocht om herziening van het arrest van het Hof van 28 april 2021 inzake de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2016 en 2017. Dit verzoek was gebaseerd op het feit dat belanghebbende pas in 2021 en 2022 kennisnam van zijn registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV), waarvan hij meende dat deze registratie onrechtmatig was en de daarop gebaseerde controles dus ook.
Het Hof overwoog dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat het niet onrechtmatig is om controles uit te voeren op basis van eerdere onjuistheden, ook als gegevens in een databank zijn opgeslagen, tenzij sprake is van schending van grondrechten zoals discriminatie.
Belanghebbende stelde niet gemotiveerd dat de controle voortkwam uit een risicoselectie die tot een grondrechtenschending leidde. De Inspecteur leverde bewijs dat de controles voortvloeiden uit eerdere correcties en niet uit onrechtmatige selectie. Het Hof concludeerde dat de controle en correcties rechtmatig waren en dat het herzieningsverzoek daarom moest worden afgewezen.
De procedurekosten werden niet aan de Inspecteur opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het Hof Arnhem-Leeuwarden op 21 februari 2023 en is openbaar.