De maatschap vordert in hoger beroep de ontbinding van de pachtovereenkomst met geïntimeerde wegens onderpacht en andere verwijten. De pachtkamer had eerder de onderpacht vastgesteld maar vond dat onvoldoende voor ontbinding. De maatschap vordert daarnaast op grond van artikel 843a Rv inzage in diverse stukken.
Het hof beoordeelt de vordering tot inzage en wijst slechts toe dat geïntimeerde de jaaropgaven grondwateronttrekking van het waterschap Scheldestromen over de jaren 2014 tot en met 2022 moet overleggen. Andere gevorderde stukken zoals facturen, bankafschriften, jaarcijfers en onderhoudskaarten van oude tractors worden afgewezen wegens onvoldoende belang of onvoldoende onderbouwing.
Het hof motiveert dat de maatschap een gerechtvaardigd belang heeft bij de jaaropgaven om de beregeningsuren nader te kunnen duiden, gezien de discussie over de beregeningswijze en de omvang van het watergebruik. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling nadat de stukken zijn overgelegd en partijen daarop hebben gereageerd.
De beslissing tot het opleggen van een dwangsom wordt niet toegewezen omdat geïntimeerde tot nu toe adequaat heeft meegewerkt. De proceskosten worden aangehouden tot het eindarrest. De zaak wordt verwezen naar een roldatum voor verdere processtukken.