Belanghebbende kocht een gebruikte Land Rover in Duitsland en deed aangifte BPM met een taxatierapport dat een waardevermindering door schade van €9.447 vermeldde. De Inspecteur hief een naheffingsaanslag op omdat hij slechts €2.109 aan meer dan normale gebruiksschade erkende, gebaseerd op een eigen rapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ).
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de schade hoger was dan de door de Inspecteur erkende schade. In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de Inspecteur niet volgens zijn beleid had gehandeld door de auto niet fysiek te inspecteren en dat het deskundigenrapport van belanghebbende een hogere schade aangaf.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan de bewijslast voor meer dan normale gebruiksschade. Foto’s en rapportages toonden geen schade die afweek van normale gebruikssporen. Ook werd het vermeende beleid van de Inspecteur om bij meerdere aangiften op locatie te inspecteren niet aannemelijk gemaakt. De naheffingsaanslag werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende kwam ook niet in aanmerking voor vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, omdat het hoger beroep binnen twee jaar werd behandeld.