Belanghebbende B.V. heeft BPM-aangifte gedaan voor een Ford Transit Custom met schade, waarbij de waarde werd vastgesteld op basis van een taxatierapport met een aanzienlijke waardevermindering wegens schade. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op met een hogere waardering en een extra leeftijdskorting. De rechtbank vernietigde de aanslag deels en stelde een lagere naheffingsaanslag vast.
In hoger beroep betwist het hof de omvang van de waardevermindering wegens schade zoals door belanghebbende gesteld, en wijst het een extra korting van 10% wegens marktsituatie toe. Het hof acht de schade aan de auto grotendeels normale gebruiksschade en wijst een waardevermindering van €1.847 toe in plaats van €8.102. Ook wordt het uurtarief van €84 voor schadeherstel aanvaard, maar de waardevermindering wordt vastgesteld op 79% van de schadeherstelkosten.
De gecorrigeerde handelsinkoopwaarde wordt vastgesteld op €18.984, wat leidt tot een herrekende BPM van €7.118 bij tenaamstelling. De naheffingsaanslag wordt verminderd tot €703. Het hof veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van het betaalde griffierecht en wijst proceskosten toe aan belanghebbende, maar wijst vergoeding van de kosten van het hoger beroep af. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, behoudens de beslissingen over proceskosten en griffierecht.