De veroordeelde was in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 19 januari 2023, waarin de voortzetting van de ISD-maatregel werd vereist. De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is inmiddels afgelopen en de veroordeelde is op 23 april 2023 in vrijheid gesteld.
Tijdens de zitting op 25 mei 2023 heeft de veroordeelde betwist dat het dossier volledig is en verzocht om aanvullende stukken op te vragen en toe te voegen. Het hof heeft vastgesteld dat de veroordeelde niet aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van deze stukken relevant is voor de beoordeling van zijn beroep.
Het openbaar ministerie heeft primair betoogd dat de veroordeelde geen belang heeft bij de behandeling van het hoger beroep en subsidiair dat de beslissing van de rechtbank bevestigd moet worden. Het hof volgt het standpunt van het openbaar ministerie en verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, omdat de maatregel reeds is geëindigd en het beroep geen beëindiging meer kan bewerkstelligen.