Belanghebbende heeft BPM betaald voor twee gebruikte auto's, waarbij de afschrijving werd berekend op basis van taxatierapporten met een handelsinkoopwaarde en historische nieuwprijs. De Inspecteur stelde de handelsinkoopwaarde hoger vast na onderzoek en corrigeerde de waardevermindering wegens schade.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep gegrond voor auto 1, maar verwierp vermindering voor auto 2 vanwege onvoldoende bewijs van herstel van schade. Zowel belanghebbende als de Inspecteur stelden hoger beroep in over de juiste vaststelling van de BPM en de historische nieuwprijs.
Het hof oordeelt dat de historische nieuwprijs moet worden gebaseerd op dezelfde referentieauto als de handelsinkoopwaarde, waarbij de CO2-uitstoot van de referentieauto bepalend is. De status 'ex-rental' rechtvaardigt geen extra waardevermindering zonder bewijs van meer dan normale gebruiksschade. Het beroep op interne compensatie door de Inspecteur blijft terecht.
Het hof vernietigt het deel van de uitspraak over de proceskostenvergoeding en stelt deze vast op € 3.046, inclusief een hogere puntwaarde van € 837. Tevens veroordeelt het hof de Inspecteur tot vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 274. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep worden gegrond verklaard.