Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[vestigingsplaats](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Vijfheerenlanden(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een onroerende zaak vast op €1.300.000 voor het jaar 2020. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep tegen de handhaving van deze waarde. De rechtbank stelde de waarde vast op €650.000 en bepaalde dat de aanslagen dienovereenkomstig moesten worden verminderd. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de waarde te hoog was en verzocht om een vaststelling van €470.000.
Het Hof oordeelde dat de waarde op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde moet worden vastgesteld, waarbij technische veroudering en restwaarde in aanmerking worden genomen. De heffingsambtenaar had zich geconformeerd aan de door de rechtbank vastgestelde waarde, waardoor het Hof deze waarde overnam. Belanghebbende slaagde er niet in de restwaarde op nihil te stellen, noch de sloopkosten voldoende aannemelijk te maken.
Verder werd vastgesteld dat de correctie voor omzetbelasting door de heffingsambtenaar en belanghebbende werd gedeeld, wat leidde tot een gecorrigeerde vervangingswaarde van €723.000. Omdat de rechtbank de waarde lager had vastgesteld, werd het hoger beroep op dit punt ongegrond verklaard.
Ten aanzien van de proceskostenveroordeling vernietigde het Hof het oordeel van de rechtbank en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, waarbij een wegingsfactor 1 werd toegepast. De totale proceskostenvergoeding bedroeg €4.218,30 en het griffierecht €548.
De uitspraak werd gedaan door het Hof Arnhem-Leeuwarden op 26 september 2023 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt bevestigd op €650.000 en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.