KGW huurde het Fort(eiland) in Abcoude van Natuurmonumenten terwijl partijen onderhandelden over een samenwerkingsovereenkomst en herontwikkeling van het Fort. Omdat op 30 juni 2020 geen overeenstemming was bereikt, maakte Natuurmonumenten gebruik van haar recht tot tussentijdse opzegging van de huurovereenkomst tegen 2 november 2020.
KGW stelde dat Natuurmonumenten zich niet maximaal had ingespannen om tot een samenwerkingsovereenkomst te komen, wat volgens hen een voorwaarde was voor opzegging. Het hof oordeelde dat deze voorwaarde niet in de huurovereenkomst was overeengekomen en dat Natuurmonumenten de opzegging rechtsgeldig had gedaan.
Verder stelde KGW dat Natuurmonumenten het kort geding vonnis van augustus 2020 niet had nageleefd, waarin zij was verplicht de onderhandelingen voort te zetten onder mediation. Het hof vond onvoldoende bewijs dat Natuurmonumenten zich onvoldoende had ingespannen en bevestigde dat de mediation was beëindigd omdat KGW niet aan de investeringsvoorwaarden wilde voldoen.
De kantonrechter had KGW veroordeeld tot ontruiming van het Fort en de kosten van het kort geding, en deze uitspraak is door het hof bekrachtigd. KGW is veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.