Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van de procedure
3.De beslissing
3.1 wijst de onder 1.2, 2.7 en 2.8 genoemde verzoeken af;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten hoger beroep ingesteld tegen [geïntimeerde]. [geïntimeerde] verzocht herhaaldelijk om de zaak naar een ander gerechtshof te verwijzen of om raadsheren van een ander hof aan te wijzen, onder meer vanwege de wens om een 'legal opinion' van een raadsheer-plaatsvervanger van het hof in te brengen.
Het hof heeft dit verzoek onderzocht en gewezen op artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat verwijzing mogelijk maakt indien sprake is van betrokkenheid van het hof die behandeling door een ander hof wenselijk maakt. Het hof concludeerde dat de bereidheid van de raadsheer-plaatsvervanger om een 'legal opinion' te geven, onder de voorwaarde dat de zaak eerst wordt doorverwezen, niet leidt tot betrokkenheid van het hof in de zin van deze bepaling.
Verder stelde het hof dat de stelling van [geïntimeerde] dat zij in haar procesbelangen wordt geschaad door het niet mogen inbrengen van deze 'legal opinion' onvoldoende is om tot verwijzing over te gaan. Het hof wees ook het verzoek af om raadsheren van een ander hof aan te wijzen en zag geen aanleiding om nieuwe verzoeken van [geïntimeerde] niet meer tussentijds in behandeling te nemen. Een proceskostenveroordeling werd eveneens niet opgelegd.
De beschikking is gegeven door de raadsheren Lieber, Wattel en van der Bel en op 21 februari 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verwijzing naar een ander hof en aanwijzing van raadsheren van een ander hof af.