Uitspraak
1.[appellant1]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
“Op of omstreeks 18-05-2017 werd bij Defam door [de betrokkene] en [de echtgenoot] via tussenpersoon De Nederlandse Kredietmaatschappij een kredietaanvraag ontvangen. De nieuwe aanvraag betrof een Persoonlijke lening van € 45.500,00 (zegge: vijfenveertig duizend vijfhonderd euro en 0,00 cent)
“Op jouw naam of die van [de echtgenoot] zijn nooit loonstroken door onze WGS verzorgd.”