ECLI:NL:HR:2011:BR2981
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid valse aangifte onder art. 188 Sr
Op 25 mei 2008 deed verdachte telefonisch aangifte van een bedreiging met de dood door een groep Marokkanen te Amersfoort. Tijdens het gesprek gaf hij concrete informatie over tijd, plaats en daders. De politie trof echter niemand aan en constateerde dat verdachte de waarheid niet sprak.
Het hof oordeelde dat de melding van verdachte kwalificeert als een valse aangifte in de zin van art. 188 Sr Pro, omdat de mededeling de politie tot actie noopte en voldoende concrete informatie bevatte. Het hof verwierp het verweer dat het slechts om een adviesaanvraag ging.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat het voldoende is dat feiten opzettelijk onwaar worden gemeld in bewoordingen waaruit blijkt dat op zekere tijd en plaats een strafbaar feit is gepleegd. Het cassatieberoep werd verworpen omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en het oordeel voldoende was gemotiveerd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor valse aangifte onder art. 188 Sr.