In deze civiele zaak staat een effectenleaseovereenkomst tussen Dexia en de afnemer centraal, waarbij Spaar Select als tussenpersoon optrad zonder vergunning voor beleggingsadvies. De overeenkomst eindigde in 2005 met een restschuld doordat de aandelen minder waard waren dan het openstaande bedrag. De afnemer vordert vergoeding van deze fictieve restschuld en overige schade.
De kantonrechter oordeelde dat Dexia onrechtmatig had gehandeld en veroordeelde tot betaling van een deel van de schade, maar wees de vergoeding van de fictieve restschuld af. In hoger beroep stelt het hof vast dat Dexia bekend was met het advies van Spaar Select en daardoor aansprakelijk is voor alle schade, inclusief de fictieve restschuld van €7.084,89.
Het hof corrigeert ook de verrekening van een eerdere betaling van Dexia op basis van het hofmodel, waardoor Dexia nog een bedrag van €2.361,63 plus rente moet betalen. Dexia wordt veroordeeld tot volledige schadevergoeding, proceskosten en wettelijke rente. De rest van de vorderingen worden afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat Dexia haar zorgplicht heeft geschonden en dat de afnemer recht heeft op vergoeding van de door hem geleden schade, ook wanneer hij ervoor kiest de aandelen over te nemen. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 26 maart 2024 openbaar uitgesproken.