Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.Het oordeel van het hof
3.De beslissing
30 april 2024.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de kantonrechter. Na een plaatsopneming en mondelinge behandeling is de zaak verwezen naar de rol voor het indienen van een memorie van grieven. De oorspronkelijke advocaat van appellant heeft zich echter onttrokken, waarna geen nieuwe procesvertegenwoordiger is gesteld en ook geen memorie van grieven is ingediend.
Het hof heeft appellant meerdere kansen gegeven om alsnog een nieuwe advocaat te benoemen en de memorie van grieven in te dienen, maar hieraan is geen gehoor gegeven. Volgens artikel 353 Rv Pro is appellant zonder procesvertegenwoordiger niet bevoegd om in hoger beroep een proceshandeling te verrichten.
Daarom verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn vordering in hoger beroep. Tevens wordt appellant veroordeeld tot betaling van de proceskosten van geïntimeerde, waaronder griffierecht en advocaatkosten. Het arrest is uitgesproken door drie raadsheren op 30 april 2024.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van een procesvertegenwoordiger en memorie van grieven.