ECLI:NL:GHARL:2024:3048

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 april 2024
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
200.331.745
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 353 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van appellant wegens ontbreken procesvertegenwoordiger en memorie van grieven

In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de kantonrechter. Na een plaatsopneming en mondelinge behandeling is de zaak verwezen naar de rol voor het indienen van een memorie van grieven. De oorspronkelijke advocaat van appellant heeft zich echter onttrokken, waarna geen nieuwe procesvertegenwoordiger is gesteld en ook geen memorie van grieven is ingediend.

Het hof heeft appellant meerdere kansen gegeven om alsnog een nieuwe advocaat te benoemen en de memorie van grieven in te dienen, maar hieraan is geen gehoor gegeven. Volgens artikel 353 Rv Pro is appellant zonder procesvertegenwoordiger niet bevoegd om in hoger beroep een proceshandeling te verrichten.

Daarom verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn vordering in hoger beroep. Tevens wordt appellant veroordeeld tot betaling van de proceskosten van geïntimeerde, waaronder griffierecht en advocaatkosten. Het arrest is uitgesproken door drie raadsheren op 30 april 2024.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van een procesvertegenwoordiger en memorie van grieven.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.331.745
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: 10110359
arrest van 30 april 2024
in de zaak van
[appellant]
die woont in [woonplaats1]
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de kantonrechter optrad als eiser
hierna: [appellant]
advocaat: onttrokken (voorheen: mr. E.C. Aantjes - Breel)
tegen
[geïntimeerde]
die woont in [woonplaats1]
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde
hierna: [geïntimeerde]
advocaat: mr. P. Feenstra

1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
Na het tussenarrest van 10 oktober 2023 heeft op 11 december 2023 een plaatsopneming en een mondelinge behandeling ter plaatse plaatsgevonden waarvan een verslag (proces-verbaal) is gemaakt. De zaak is verwezen naar de rol van 20 februari 2024 voor memorie van grieven. Mr. Aantjes – Breel heeft zich per 20 februari 2024 onttrokken als procesvertegenwoordiger van [appellant] .
1.2.
Het hof heeft de zaak verwezen naar de rol van 5 maart 2024 voor het stellen van een nieuwe procesvertegenwoordiger aan de zijde van [appellant] en het alsnog indienen van een memorie van grieven. Er is geen memorie van grieven ingediend. Het hof heeft de zaak verwezen naar de rol van 19 maart 2024 voor het alsnog indienen van een memorie van grieven (ambtshalve peremptoir). Er heeft zich geen nieuwe procesvertegenwoordiger gesteld en er is geen memorie van grieven ingediend. Vervolgens is arrest bepaald.

2.Het oordeel van het hof

2.1.
[appellant] heeft in de dagvaarding in hoger beroep geen gronden voor het hoger beroep aangevoerd. Voor [appellant] heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld, terwijl [appellant] ingevolge artikel 353 Rv Pro zonder procesvertegenwoordiger niet bevoegd is in hoger beroep een proceshandeling te verrichten (hier: memorie van grieven te nemen). De vordering in hoger beroep is daardoor niet naar de eis van de wet met redenen omkleed. Het hof zal [appellant] daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering in hoger beroep.
2.2.
Het hof zal [appellant] , als de in het ongelijk gestelde partij, veroordelen tot betaling van de proceskosten in hoger beroep. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor betekening van de uitspraak.

3.De beslissing

Het hof:
3.1.
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn vordering in hoger beroep;
3.2.
veroordeelt [appellant] tot betaling van de volgende proceskosten van [geïntimeerde] in hoger beroep:
€ 343,- aan griffierecht;
€ 607,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] (1 procespunt x tarief II),
te voldoen binnen 14 dagen na vandaag.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.J.J. van Rijen, S.C.P. Giesen en M. Schoemaker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
30 april 2024.