Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert appellant schadevergoeding wegens ernstig letsel aan zijn gezicht opgelopen tijdens een caféruzie in december 2015. De kantonrechter had de vordering afgewezen wegens verjaring op grond van artikel 3:310 lid 1 BW Pro, waarbij de verlengde verjaringstermijn van lid 4 niet werd toegepast na afwijzing van een klacht over niet-vervolging (artikel 12 Sv Pro).
Het hof stelt vast dat het letsel als zwaar lichamelijk letsel kwalificeert en dat strafvervolging tegen geïntimeerde nog mogelijk is binnen de strafrechtelijke verjaringstermijnen. De afwijzing van de klacht over niet-vervolging door het hof levert geen einduitspraak op, zodat de verlengde verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 4 BW Pro wel van toepassing is.
Daarom verwerpt het hof het verjaringsverweer en beveelt een mondelinge behandeling om de inhoudelijke vorderingen nader te bespreken. Partijen krijgen gelegenheid hun stellingen toe te lichten en mogelijke schikking te bespreken. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de vordering niet is verjaard en bepaalt een mondelinge behandeling voor verdere inhoudelijke beoordeling.