Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[pachter] ,
2. [zoon van pachter]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een vordering van een pachter die wenst dat zijn zoon in zijn plaats als pachter wordt gesteld voor 6,6 hectare landbouwgrond. De verpachter verweerde zich tegen deze indeplaatsstelling, stellende dat de zoon onvoldoende waarborgen biedt voor een behoorlijke bedrijfsvoering.
Het hof oordeelt dat de zoon voldoet aan de vereisten voor indeplaatsstelling. Hij heeft een relevante landbouwkundige opleiding gevolgd, ruime ervaring in het agrarisch bedrijf opgedaan en is sinds 2022 fulltime werkzaam in de onderneming. Het ontbreken van een bedrijfsplan weegt niet zwaar, mede omdat een prognose aanwezig is die niet gemotiveerd is weersproken.
De financiële situatie van het bedrijf is beoordeeld aan de hand van jaarcijfers en opgaven van 2019-2023. Ondanks moeilijke jaren door corona en overstromingen, is het bedrijf levensvatbaar en wordt het gemengd geëxploiteerd. De vordering tot indeplaatsstelling wordt naar billijkheid toegewezen, waarbij de belangen van de zoon zwaarder wegen dan de plannen van de verpachter.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de pachtkamer in Roermond, wijst de vordering tot voeging van de zoon alsnog toe, compenseert de kosten van het hoger beroep van pachter en zoon, en veroordeelt de verpachter tot betaling van diens proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot indeplaatsstelling van de zoon als pachter wordt toegewezen en het vonnis van de pachtkamer bekrachtigd.