De werknemer, sinds 2008 in dienst bij Interboat Shipyard B.V., werd op staande voet ontslagen omdat hij niet tijdig terugkeerde van vakantie. Ondanks waarschuwingen en afspraken over de vakantieperiode, keerde hij later terug dan toegestaan. Hij had een auto-ongeval op de heenreis, maar het hof oordeelt dat hij niet voldoende heeft gedaan om tijdig terug te keren of contact op te nemen met de werkgever.
De kantonrechter had het ontslag ongeldig verklaard, maar het hof vernietigt dit oordeel en stelt vast dat er een geldige dringende reden was. Het beroep op overmacht faalt omdat de werknemer niet heeft onderzocht of alternatieve terugreismogelijkheden bestonden en geen contact met de werkgever heeft gezocht over de vertraging.
Het hof wijst de vergoeding wegens onregelmatig ontslag en billijke vergoeding af, maar kent de gefixeerde schadevergoeding van €4.700 toe aan Interboat. De transitievergoeding blijft behouden omdat het verwijt niet ernstig genoeg is om deze te ontzeggen. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.