Belanghebbende, een piloot woonachtig in Nederland, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 2015, 2016 en 2017 omdat de Inspecteur meende dat ten onrechte de vrijstellingsmethode was toegepast in plaats van de verrekeningsmethode voor de voorkoming van dubbele belasting volgens het belastingverdrag Nederland-Turkije.
De rechtbank Gelderland had de beroepen van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslagen verminderd omdat premies volksverzekeringen ten onrechte waren geheven. De Inspecteur stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd en dat geen sprake was van ongelijke behandeling.
Het Hof oordeelt dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat de begunstiging die geldt voor piloten die looninkomsten verkrijgen vanuit Golfstaten ook moet gelden voor belanghebbende die looninkomsten vanuit Turkije ontvangt, omdat sprake is van feitelijk en rechtens gelijke gevallen. De ongelijke behandeling is niet objectief en redelijk gerechtvaardigd. Daarom mocht belanghebbende de vrijstellingsmethode toepassen en moeten de navorderingsaanslagen worden vernietigd.
Het Hof veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 16 juli 2024.