ECLI:NL:RBGEL:2022:5267
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering belastingaanslagen wegens onjuiste toepassing voorkomingsmethode bij piloot werkzaam in Turkije
Eiser, een piloot werkzaam in Turkije, had in zijn aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2015 tot en met 2017 de vrijstellingsmethode toegepast om dubbele belasting te voorkomen. Verweerder legde navorderingsaanslagen op omdat volgens het belastingverdrag Nederland-Turkije de verrekeningsmethode van toepassing is voor piloten die aan boord van een vliegtuig werken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in redelijkheid niet hoefde te twijfelen aan de juistheid van de vrijstellingsmethode in de aangiften, omdat uit de aangiften niet zonder meer bleek dat eiser als piloot werkzaam was. Hierdoor was er sprake van een nieuw feit in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zodat navordering mogelijk was. Het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat Turkije geen Golfstaat is en de situatie niet vergelijkbaar is met die van piloten in Golfstaten.
Daarnaast werd geoordeeld dat eiser ten onrechte premies volksverzekeringen had betaald, omdat hij niet premieplichtig was in Nederland. De navorderingsaanslagen werden daarom verminderd met de onterecht geheven premies. De beroepen van eiser werden gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen IB/PVV 2015-2017 zijn terecht opgelegd en verminderd met onterecht geheven premies volksverzekeringen.