Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest;
- waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
- oplegging van algemene en bijzondere voorwaarden conform het advies van de reclassering;
- toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen conform het vonnis van de rechtbank;
- beslissen ten aanzien van het beslag conform het vonnis van de rechtbank.
Het vonnis waarvan beroep
- veroordeling van verdachte voor medeplichtigheid aan een woningenoverval met geweld in vereniging en afpersing in vereniging (feit 1 en 2 subsidiair);
- veroordeling van verdachte voor het voorhanden hebben van munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie en de schuldheling van een scooter (feit 3 en 4);
- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
- oplegging van algemene en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden;
- onttrekking aan het verkeer van 46 stuks munitie en een mes;
- teruggave aan de rechthebbende van een snorfiets, een rijbewijs, een OV-chipkaart, en twee betaalpassen;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; niet- ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering voor het overige;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] tot een bedrag van € 250,00 te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering voor het overige.
De tenlastelegging
Verweren in hoger beroep
Oordeel van het hof
Voorwaardelijk getuigenverzoek
geenhoger beroep ingesteld, evenmin is na het door het OM ingestelde hoger beroep een zogenaamd “volgappel” ingesteld.
indiende verklaringen van deze medeverdachten afgelegd tijdens hun voorgeleidingen bij de rechter-commissaris zouden worden toegevoegd aan het dossier.
voor zover deze zien op de rol van verdachtevoor het bewijs gebruikt. Hij kan dus niet worden aangemerkt als een ‘Keskin’ getuige. Nu het verzoek tot het horen van [naam 5] verder niet nader is onderbouwd, zal het hof het verzoek tot het horen van [naam 5] alleen al om die reden afwijzen.
voor het eerstzijn gedaan en het feit dat de verzoeken voorwaardelijk zijn gedaan is het hof van oordeel dat van de verdediging nadere motivering mag worden verwacht met betrekking tot de noodzaak tot het horen van deze getuigen in dit specifieke geval. Hierbij speelt al het voorgaande mee, maar met name:
- het feit dat de raadsman in eerste aanleg reeds uitgebreid verweer heeft gevoerd op de betrouwbaarheid van de verklaringen van de medeverdachten;
- het feit dat deze verklaringen door de rechtbank ondanks deze verweren wel voor het bewijs zijn gebruikt;
- het feit dat namens verdachte geen hoger beroep is ingesteld tegen dit vonnis;
- het feit dat na het instellen van het hoger beroep door het OM, waarvan de materieel strafrechtelijke inzet voor elke jurist niet voor misverstand vatbaar is, door de verdediging nog immer niet is verzocht om het horen van deze getuigen;
- het feit dat een eventueel te volgen arrest door de raadsman voor verdachte is aangemerkt als “mosterd na de maaltijd”, waaruit het hof afleidt dat er van de zijde van de verdachte/verdediging geen belang gezien wordt in de behandeling van de strafzaak in hoger beroep;
- het feit dat het horen van de drie getuigen door de raadsman eerder ter zitting nog nadrukkelijk werd gekoppeld aan eventuele - tot ongenoegen van de verdediging leidende - toevoeging van de door hen afgelegde verklaringen bij de rechter-commissaris, welke verklaringen krachtens beslissing van het hof niet aan het dossier zijn toegevoegd en
- het feit dat er in hoger beroep geen nieuwe/nadere argumenten naar voren zijn gebracht tegen het gebruik van de getuigenverklaringen.
Oplegging van straf
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
- houdt aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
- op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben
- niet binnen een straal van 500 meter van de woning van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] aan de [adres 2] zal bevinden, zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht. De politie ziet toe op handhaving van dit locatieverbod;
- zal inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk en
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan [benadeelde 3] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) bestaande uit € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
€ 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.