In deze civiele zaak tussen partijen die samenwerken binnen Chinese vennootschappen, is in hoger beroep een incident behandeld betreffende de zekerheidstelling van proceskosten en de openlegging van financiële administratie. De rechtbank had eerder [appellant1] veroordeeld tot het verlenen van toegang tot de administratie van BHCS en Colman-Air China, maar deze toegang is nog niet verleend.
[Geïntimeerden] vorderen in hoger beroep dat [appellant1] zekerheid stelt voor proceskosten en dwangsommen en dat de volledige boekhouding wordt opengelegd. Het hof onderzoekt eerst de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en bevestigt deze op grond van internationale regelgeving en samenhang tussen partijen.
Het hof oordeelt dat [appellant1] in beginsel zekerheid moet stellen, maar geeft [geïntimeerden] de gelegenheid om hierop te reageren. De vordering tot openlegging van de volledige boekhouding wordt afgewezen omdat deze onvoldoende is toegespitst op specifieke geschilpunten en neerkomt op een ongeoorloofde 'fishing expedition'. Bovendien is er al een uitvoerbare veroordeling die toegang tot de administratie regelt.
Het hof houdt verdere beslissingen aan en verwijst de zaak naar de rol voor nadere stukken. De beoordeling van de hoofdzaak blijft voor de toekomst, waarbij ook de belangen van de Chinese vennootschappen nog moeten worden betrokken.