ECLI:NL:GHARL:2024:5461
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenarrest over zekerheidsstelling proceskosten en openlegging administratie in civiele procedure
In deze civiele procedure in hoger beroep hebben geïntimeerden incidentele vorderingen ingesteld tot zekerheidstelling voor proceskosten en openlegging van financiële administratie op grond van artikelen 224 en 162 Rv. Het hof heeft in een eerder arrest van 30 juli 2024 reeds bepaalde vorderingen afgewezen, maar liet ruimte voor nadere onderbouwing.
Geïntimeerden vorderen dat appellant zekerheid stelt voor proceskosten en mogelijke dwangsommen. Appellant betoogt dat zij op grond van artikel 224 lid 2 onder Pro c Rv geen zekerheid hoeft te stellen, omdat verhaal van proceskosten en schadevergoeding in Nederland mogelijk is via haar activa of andere appellanten die in Nederland gevestigd zijn. Het hof oordeelt echter dat appellant onvoldoende specifieke gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat verhaal redelijkerwijs mogelijk is.
Het hof veroordeelt appellant daarom tot het stellen van zekerheid van €14.533,-, bestaande uit advocaatkosten en nakosten, binnen vier weken na dit arrest. De zekerheid moet voldoen aan de eisen van artikel 6:51 lid 2 BW Pro, bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie. De beslissing over de kosten van dit incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt voortgezet in de huidige stand volgens het roljournaal en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot het stellen van zekerheid voor proceskosten van €14.533,- binnen vier weken, overige vorderingen worden afgewezen en verdere beslissingen aangehouden.