In deze civiele zaak staat de erfdienstbaarheid van een toegangsweg centraal, waarbij [geïntimeerden] aanspraak maken op het recht van overpad over het perceel van [appellante] c.s. Het hof bevestigt dat de erfdienstbaarheid op perceel 2051 (van appellante) blijft bestaan ondanks dat [geïntimeerden] ook eigenaar zijn van het aangrenzende perceel 2217. Het gebruik van de toegangsweg is noodzakelijk en redelijk, vooral vanwege de betere begaanbaarheid voor zware landbouwvoertuigen.
Appellante c.s. hebben de toegangsweg herhaaldelijk belemmerd, onder andere door het afsluiten van hekwerken en het plaatsen van obstakels zoals containers en voertuigen. Dit is onrechtmatig geoordeeld. Het hof stelt vast dat hierdoor meerdere dwangsommen zijn verbeurd: één van €10.000 op 5 maart 2021, drie van €10.000 op 19, 20 en 21 oktober 2021, en één van €10.000 op 4 oktober 2023 vanwege geotechnische werkzaamheden die de doorgang blokkeerden.
De schadevergoeding wegens het plaatsen van rijplaten wordt toegewezen, maar de vordering voor schade aan een bietenrooier wordt afgewezen, omdat het onderhoud van de toegangsweg gezamenlijk is en onvoldoende is aangetoond dat appellante c.s. dit hebben belemmerd. Het hof wijst het hoger beroep van appellante c.s. af en wijst het incidentele hoger beroep van [geïntimeerden] c.s. gedeeltelijk toe, met veroordeling van appellante c.s. in de proceskosten.