ECLI:NL:GHARL:2025:1562
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing vordering onverschuldigde betaling coronasteun wegens betwisting ontvangst
De Staat heeft in december 2020 een bedrag van €35.435,09 aan coronasteun betaald op een bankrekening die op naam van appellant stond, terwijl de aanvraag op naam van een andere aanvrager was gedaan. De Staat vorderde dit bedrag terug als onverschuldigde betaling, met rente en kosten. Appellant betwistte dat hij het bedrag heeft ontvangen en stelde dat de bankrekening niet van hem is, mede omdat het adres en contactgegevens niet overeenkomen en er opnames zijn gedaan terwijl hij in detentie zat.
De rechtbank oordeelde dat appellant de rechthebbende van de bankrekening was en wees de vorderingen grotendeels toe. In hoger beroep heeft het hof dit oordeel vernietigd. Het hof stelde vast dat appellant voldoende gemotiveerd betwist dat hij het bedrag heeft ontvangen en dat de Staat geen bewijs heeft geleverd dat dit wel het geval is. Ook het betoog van onrechtmatig handelen door appellant is niet vastgesteld, mede vanwege inconsistenties en gebrek aan bewijs.
Het hof concludeert dat de Staat onvoldoende heeft onderbouwd dat appellant de betaling heeft ontvangen en dat de vordering op grond van onverschuldigde betaling niet kan worden toegewezen. Ook het beroep op onrechtmatige daad faalt. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vorderingen van de Staat afgewezen. De Staat wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de Staat af omdat niet is komen vast te staan dat appellant het coronasteunbedrag heeft ontvangen.