ECLI:NL:GHARL:2025:2417
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing proceskostenvergoeding in hoger beroep Wahv-zaken
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter Zeeland-West-Brabant inzake een sanctie opgelegd aan betrokkene voor het niet voor laten gaan van een voorrangsvoertuig. De kantonrechter had de sanctie gematigd en een proceskostenvergoeding toegekend met toepassing van een wegingsfactor van 0,25.
De gemachtigde van de betrokkene stelde dat deze wegingsfactor onjuist was toegepast en verwees naar eerdere arresten van het hof. Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte de nieuwe regeling van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv had toegepast, omdat de beslissing van de officier van justitie vóór 1 januari 2024 was genomen en de nieuwe regeling pas daarna van toepassing is.
Het hof vernietigde daarom het besluit over de proceskostenvergoeding en bepaalde dat de kantonrechter de vergoeding had moeten berekenen met een wegingsfactor van 0,5 voor de kantonfase en 0,25 voor het hoger beroep. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 680,25. Het hof verklaarde zich onbevoegd over het hoger beroep tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissing over de proceskostenvergoeding en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van € 680,25.