ECLI:NL:GHARL:2025:3261
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep pachtovereenkomst tussen broer en zus
In deze zaak staat de vraag centraal of tussen appellant als pachter en geïntimeerde als verpachtster een pachtovereenkomst bestaat. Partijen zijn broer en zus en voeren een civiel geschil over het gebruik van grond. Er loopt tevens een bodemprocedure waarin de rechtbank Oost-Brabant heeft geoordeeld dat niet is vastgesteld dat er een pachtovereenkomst geldt.
Appellant heeft het hoger beroep tegen de voorlopige voorziening in deze kort gedingprocedure doorgehaald, omdat het volgens hem geen effect heeft nu het bodemvonnis er is. Geïntimeerde stemt in met de doorhaling, maar wenst dat appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Het hof begrijpt het verzoek tot doorhaling als een neerlegging bij de uitspraak van de pachtkamer en verklaart appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep. Omdat partijen het niet eens zijn over de proceskosten, veroordeelt het hof appellant tot betaling van de proceskosten van geïntimeerde. De kosten dienen binnen 14 dagen te worden voldaan, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld tot betaling van proceskosten aan geïntimeerde.