Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten]en ieder afzonderlijk:
[appellant]en
[appellante],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerden]en ieder afzonderlijk:
[geïntimeerde1]en
[geïntimeerde2],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn buren met een geschil over een strook grond tussen hun percelen. De apellanten zijn sinds 1991 eigenaar van een perceel en gebruiken en onderhouden sinds die tijd een strook grond die volgens kadastrale gegevens toebehoort aan de geïntimeerden, die het naastgelegen perceel in 2020 hebben gekocht.
De geïntimeerden vorderden bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening om de apellanten te verbieden het perceel te betreden, onderhoud te verrichten en om een nieuwe erfafscheiding te plaatsen. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen toe. Apellanten gingen in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof oordeelt dat er onvoldoende spoedeisend belang is bij de gevorderde voorziening, mede omdat geïntimeerden vier jaar hebben gewacht om het geschil aan te kaarten en onvoldoende hebben onderbouwd waarom het gebruik van de strook grond spoedeisend is. Daarnaast is niet aannemelijk dat de vordering van geïntimeerden in een bodemprocedure zal slagen, gelet op het langdurige bezit en onderhoud door apellanten.
Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van geïntimeerden af. Tevens veroordeelt het hof geïntimeerden tot betaling van de proceskosten van apellanten in zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van geïntimeerden af wegens onvoldoende spoedeisend belang en aannemelijkheid van verkrijgende verjaring door appellanten.