In deze zaak gaat het om een hoger beroep in kort geding dat door de appellanten is ingesteld tegen een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland. De appellanten, een echtpaar dat sinds 1996 een woning huurt van Stichting KleurrijkWonen, zijn geconfronteerd met een buitengerechtelijke ontbinding van hun huurovereenkomst door de verhuurder. Dit gebeurde naar aanleiding van de ontdekking van 110 gram cocaïne in hun woning door de politie op 26 november 2024. De burgemeester van de gemeente West Betuwe heeft vervolgens besloten de woning voor zes maanden te sluiten op grond van de Opiumwet. De verhuurder heeft de huurovereenkomst ontbonden en de huurders gevraagd de woning vrijwillig te verlaten, wat zij weigerden. In kort geding heeft de verhuurder ontruiming gevorderd, wat door de voorzieningenrechter is toegewezen. Het hof heeft de zaak mondeling behandeld en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. Het hof oordeelt dat de verhuurder de huurovereenkomst met succes heeft ontbonden en dat de ontruiming niet disproportioneel is. De appellanten hebben niet voldoende aannemelijk gemaakt dat zij door de ontruiming in ernstige problemen komen. Het hof heeft de proceskosten aan de zijde van de verhuurder toegewezen.