In deze zaak gaat het om een hoger beroep van een appellant die verzocht heeft om een aantal besluiten van de vergadering van de Vereniging van Eigenaars (VvE) Woongebouw [geïntimeerde1] te vernietigen. De kantonrechter had eerder twee besluiten nietig verklaard, maar de appellant wilde in hoger beroep dat het hof nog vijf andere besluiten nietig zou verklaren. De procedure begon met het indienen van het hoger beroep op 10 december 2024 tegen een beschikking van de kantonrechter van 13 november 2024. De mondelinge behandeling vond plaats op 22 oktober 2025, waarbij de leden van de VvE door het hof zijn opgeroepen. Het hof heeft vastgesteld dat de besluiten 7 en 8, die betrekking hebben op de goedkeuring van de balans en exploitatierekening over 2022, nietig zijn verklaard omdat de VvE niet bevoegd was om deze besluiten te nemen. De overige besluiten, die door de appellant zijn aangevochten, zijn door het hof beoordeeld en het hof heeft geconcludeerd dat er geen reden is om deze besluiten voor nietig te houden. Het hof heeft uiteindelijk het hoger beroep verworpen en de appellant veroordeeld tot betaling van de proceskosten.