Uitspraak
Northwave),
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep
- een aanvullende bijlage (productie) 15 van de kant van Northwave.
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
[de werknemer] heeft bezwaar gemaakt tegen de overlegging van deze productie. Hij acht dat in strijd met de goede procesorde omdat hij door de limitering van de omvang van processtukken tot 15 pagina’s voor een antwoord in incidenteel appél niet goed in staat is inhoudelijk te reageren. Ook heeft de inhoud van de productie voor het overgrote deel niets te maken met de zaak waarover het hof moet oordelen. Daar komt bij dat Northwave met (het verzoekschrift in) deze productie de paginalimiet van 25 pagina’s voor een memorie van antwoord (artikel 2.13.1 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, hierna: Landelijk procesreglement) met 80% overschrijdt.
‘Werkgever en werknemer zullen zich onthouden van het doen van interne en externe uitlatingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor (de goede naam van) de ander. Hieronder wordt nadrukkelijk, niet uitsluitend, verstaan het doen van negatieve uitlatingen op social media, zoals onder andere LinkedIn, Facebook en Twitter. (…)’
niet kan worden tegengeworpenvoor deze uitlatingen, dan geldt het volgende. Op grond van artikel 10 lid 1 van Pro het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) heeft een ieder recht op vrijheid van meningsuiting. Die vrijheid mag worden beperkt als dat is voorzien bij wet, als dat noodzakelijk is in een democratische samenleving en als dat dient ter bescherming van in artikel 10 lid 2 EVRM Pro genoemde belangen zoals de bescherming van de goede naam of rechten van anderen. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in het Herbai-arrest overwogen dat een vruchtbare samenwerking in een arbeidsverhouding gebaseerd moet zijn op wederzijds vertrouwen. De goede trouw in de context van een arbeidsovereenkomst vraagt geen absolute loyaliteit van de werknemer, maar brengt wel mee dat bepaalde meningsuitingen niet toelaatbaar zijn, die in een andere context wel zouden zijn toegestaan. Op de rechter rust de positieve verplichting om de vrijheid van meningsuiting van een werknemer in de horizontale verhouding met de werkgever te beschermen en in dat kader een afweging te maken met het recht van de werkgever op bescherming van zijn zakelijke belangen. [2]
ongeoorloofde sanctieis op zijn eerdere meningsuitingen, bijvoorbeeld met de melding, dan is dat (indien al juist) proportioneel. Nakoming van het uitlatingsverbod in 9.1 is immers beperkt tot het zich onthouden van uitlatingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor (de goede naam van) Northwave of haar werknemers. De beperking van de vrijheid van meningsuiting van [de werknemer] door het uitlatingsverbod in 9.1 en de veroordeling tot nakoming daarvan, is noodzakelijk ter bescherming van de goede naam of rechten van anderen. Al het voorgaande betekent dat de vordering van [de werknemer] om de veroordeling tot nakoming van het uitlatingsverbod in 9.1 te vernietigen, wordt afgewezen.
-aansprakelijkheid tot de werkgever en de werknemer en past die niet toe op ex-werknemers.
Ik wil niet telkens opnieuw hoeven uitleggen waarom ik geen contact wil. In de tijd dat ik bij Northwave werkte, heb ik dit meermaals aangegeven. Mijn woorden hadden echter geen effect en ik werd desondanks meerdere keren benaderd.’ Hieruit leidt het hof af dat Northwave de wens van [de HR-collega] tot een contactverbod mocht aannemen dan wel mocht veronderstellen, waarmee een redelijke grond is gegeven en Northwave bevoegd was (en voldoende belang had) om het contactverbod te vorderen.
‘Het herhaaldelijk opnemen van contact heeft bijgedragen aan een gevoel van onveiligheid en ongemak. Juist daarom vind ik het belangrijk dat het opgelegde contactverbod in stand blijft.’ Daarmee heeft [de HR-collega] naar het oordeel van het hof de rechtshandeling van Northwave bekrachtigd, zodat Northwave (ook) met terugwerkende kracht bevoegd is geweest het contactverbod te vorderen.
Northwave voert aan dat [de werknemer] ondanks de afspraken in augustus 2022, ondanks de instructies en ondanks de vaststellingsovereenkomst, keer op keer contact zoekt met [de HR-collega] . Ook het stopgesprek met de politie in februari 2024 was voor hem kennelijk onvoldoende reden om geen contact meer te zoeken. Pas het verbod in het vonnis heeft dat bewerkstelligd en het feit dat [de werknemer] van het verbod af wil tekent de noodzaak van het contactverbod. [de werknemer] maakt ook niet duidelijk op welke juridische basis het contactverbod moet worden opgeheven. Voor een beperking in tijd is evenmin aanleiding omdat [de HR-collega] nog steeds geen contact wil.
‘to establish and develop relationships with other human beings and the outside world’. [6] Ook bij artikel 8 EVRM Pro geldt (kort gezegd) dat de rechter in de privaatrechtelijke sfeer en tussen particulieren het recht op bescherming van privéleven moet waarborgen, voor zover dat bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van onder meer de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
[de werknemer] betwist dat hij willekeurige werknemers heeft benaderd. De elf genoemde functionarissen heeft hij benaderd hetzij in het kader van de afwikkeling van het dienstverband, hetzij vanwege de behandeling van de klacht die hij had ingediend tegen [de directeur] . [de werknemer] betwist dat hij ongepast heeft gereageerd naar [collega1] en heeft haar wens om geen contact meer op te nemen gerespecteerd. Verder wijst [de werknemer] erop dat het benaderverbod veel te ruim is geformuleerd en voor problemen zorgt, onder meer omdat veel huidige werknemers van Northwave een langdurige persoonlijke relatie met hem onderhouden teruggaand tot de studententijd, en graag contact met hem zouden willen onderhouden. De cybersecuritysector is klein en de kans om werknemers van Northwave tegen te komen is groot.
[de werknemer] heeft benadrukt dat er geen aanleiding is om de dwangsommen te verhogen. Northwave heeft tijdens de comparitie na aanbrengen bij het hof erkend dat het kortgedingvonnis niet door hem is overtreden, zodat de dwangsom dus ‘zou werken’.
. [7] Omdat [de werknemer] alsnog deels in het ongelijk is gesteld in de procedure bij de kantonrechter bepaalt het hof dat elke partij zijn eigen kosten van de procedure bij de kantonrechter moet dragen (compensatie van proceskosten).
.
4.De beslissing
in het incidenteel hoger beroep: