Belanghebbende heeft een negatieve suppletie ingediend voor de omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2018, gericht op een aanvullende teruggaaf voor de kosten van de bouw van een nieuwbouwwoning met zonnepanelen. De Inspecteur wees dit verzoek af wegens niet-tijdige indiening en verklaarde bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar kende belanghebbende een beperkte vergoeding toe voor immateriële schade en proceskosten.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de suppletie als een aanvulling op de aangifte binnen een termijn van vijf jaar kon worden ingediend en dat de rechtbank de vergoeding voor immateriële schade te laag had vastgesteld. Het hof oordeelde dat een suppletie geen aanvulling op de aangifte is maar een nieuw verzoek om teruggaaf, waarvoor de termijn van zes maanden geldt. De termijn was overschreden zonder verschoonbare redenen.
Het hof verwierp ook de ongefundeerde beschuldiging dat de Inspecteur het formulier valselijk had ingevuld. De rechtbank had terecht de vergoeding voor immateriële schade beperkt tot één keer € 1.500 omdat de zaken hetzelfde onderwerp betroffen. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade in hoger beroep werd afgewezen wegens het niet overschrijden van de redelijke termijn. Vergoeding van werkelijke proceskosten werd eveneens afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.