Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 16 januari 2021 tot en met 23 januari 2021 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan het [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 98 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;2.
hij in of omstreeks de periode van 27 september 2020 tot en met 23 januari 2021 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 23 januari 2021, genummerd PLO900-2021023954-3, met bijlagen, opgemaakt door [verbalisant] , brigadier van politie Eenheid Midden-Nederland, voor zover — zakelijk weergegeven – inhoudende (p. 7 e.v.)
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 23 januari 2021, genummerd PLO900-2021023954-1, met bijlagen, opgemaakt door [verbalisant] , hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, voor zover — zakelijk weergegeven — inhoudende (p. 25 e.v.)
In een slaapkamer was een kweekhok gebouwd. De ruimte voor het kweekhok deed dienst als ruimte voor een waterton met dompelpomp, een schakelbord met tijdschakelaar die was ingesteld van 05.00 uur tot 23.00 uur (18-uurs cyclus,), 12 voorschakelapparaten, wat groeimiddelen die in flessen op de grond stonden, andere bedieningsapparaten voor apparatuur in de kweekruimte en een ph-meter.
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een aangifte van [bedrijf] , ondertekend op 28 januari 2021, voor zover — zakelijk weergegeven — inhoudende (p. 58 e.v.):
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 11 februari 2021, genummerd PLO900-2021023996-16, opgemaakt door [verbalisant] en [verbalisant] , aspiranten van politie Eenheid Midden-Nederland, voor zover– zakelijk weergegeven — inhoudende, als bevindingen van voornoemde verbalisanten of één van hen (p. 80 e.v.):
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 9 februari 2021, genummerd PLO900-2021023996-14, opgemaakt door [verbalisant] , aspirant van politie Eenheid Midden-Nederland, voor zover — zakelijk weergegeven — inhoudende (p. 132 e.v.)
Een eigen waarneming van het hof, zoals blijkt uit het proces-verbaal ter terechtzitting van het hof d.d. 21 november 2025:
Rechts in beeld is een bevestigingspunt van een stuk hout te zien dat een hoek heeft. Het lijkt een scharnier te zijn. Dat kan de onderkant van de betreffende deur of luik zijn. Er is sprake van constructie die bij de opening toegang geeft tot ruimte achter de gipsplaat. Aan de onderkant begint dat stuk hout nog niet. Er is een kozijn zichtbaar en circa dertig centimeter onder dat bevestigingspunt is een hoek te zien van iets wat een houtplaat lijkt te zijn. Dat duidt erop dat wanneer als je dat stuk hout naar je toe hebt getrokken je iets omhoog moet stappen om binnen te komen.
Bewezenverklaring
hij in de periode van 16 januari 2021 tot en met 23 januari 2021 te [plaats] , opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan het [adres] ) een hoeveelheid van 98 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
hij in de periode van 27 september 2020 tot en met 23 januari 2021 te [plaats] , een hoeveelheid elektriciteit die geheel aan [bedrijf] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke gepleegde feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat verdachte zich in de periode van 16 januari 2021 tot en met 23 januari 2021 schuldig heeft gemaakt aan het telen van een hoeveelheid hennep, waarbij tevens door een illegale stroomaansluiting elektriciteit is gestolen. Hij heeft puur voor het geldelijk gewin een bijdrage geleverd aan het produceren van een stof die - eenmaal in het verkeer gebracht - schadelijk kan zijn voor de gebruikers van die stof. Het gebruik van de op lijst II van de Opiumwet voorkomende middelen - de hennepproducten - brengt risico's mee voor de gezondheid van gebruikers en veroorzaakt mede daardoor schade van velerlei aard in de samenleving. Door zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van de aanwezigheid in de samenleving én indirect aan het in stand houden van de (illegale) handel in hennep en de daaraan gerelateerde criminaliteit.
- de inhoud van het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 oktober 2025, waaruit blijkt dat hij eerder in de vorm van een strafbeschikking onherroepelijk is veroordeeld ter zake van een soortgelijk feit, namelijk het aanwezig hebben van hennep. Tevens is verdachte meermaals voor andersoortige strafbare delicten onherroepelijk veroordeeld. Het hof houdt daarnaast rekening met de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat verdachte werkt als ZZP’er in de zorg en kampt met schulden.
Wetsartikelen
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
70 (zeventig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
35 (vijfendertig) dagen hechtenis.