ECLI:NL:GHARL:2025:7889

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
200.303.282
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 Rv (oud)Art. 152 Rv (oud)Art. 164 lid 2 Rv (oud)Art. 3:53 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over bewijs contante betaling koopsom en huurkosten bij restaurantovername

In deze civiele zaak draait het om de koop van een restaurant in december 2016 waarbij de overeengekomen koopprijs €60.000 bedroeg, maar in het contract slechts €10.000 was opgenomen. Koper stelde dat hij naast dit bedrag nog €50.000 contant en €12.210 aan huurkosten aan verkoper had betaald. Verkoper betwistte deze contante betalingen.

Het hof heeft in een tussenarrest vastgesteld dat het contract vernietigbaar is wegens dwaling en dat koper recht heeft op terugbetaling van hetgeen hij heeft betaald op grond van onverschuldigde betaling en schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. Koper kreeg de gelegenheid bewijs te leveren van de contante betalingen.

Na uitgebreid getuigenverhoor en beoordeling van stukken concludeert het hof dat koper niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de aanvullende contante bedragen heeft betaald. De verklaringen van koper en zijn getuigen zijn inconsistent, niet geloofwaardig en onvoldoende concreet. Verkoper heeft de betalingen ondubbelzinnig betwist.

Ook de gestelde huurbetalingen aan verkoper zijn niet aannemelijk gemaakt. Koper is partijgetuige en zijn verklaringen kunnen alleen aanvullend bewijs leveren, maar dat ontbreekt. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van koper af. Verkoper wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan koper en vice versa, met uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van koper af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummers gerechtshof 200.303.282√ en 200.303.333
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht : 505662
arrest van 9 december 2025
in de zaak 200.303.282 van
[appellant1],
die woont in [woonplaats] ,
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als eiser in conventie, verweerder in reconventie, gedaagde in het verzet,
hierna: [koper] ,
advocaat: mr. J.D. Nijenhuis,
tegen:
[geïntimeerde1] ,
die woont in [woonplaats] ,
die ook hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie, eiser in reconventie, eiser in het verzet,
hierna: [verkoper] ,
advocaat: mr. J.J. Stobbe,
en in de zaak 200.303.333 van
[appellant2],
die woont in [woonplaats] ,
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie, eiser in reconventie, eiser in het verzet,
advocaat: mr. J.J. Stobbe,
tegen:
[geïntimeerde2] ,
die woont in [woonplaats] ,
die ook hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als eiser in conventie, verweerder in reconventie, gedaagde in het verzet,
advocaat: mr. J.D. Nijenhuis.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
Het hof verwijst naar het tussenarrest van 31 oktober 2023 voor het verloop van de procedure tot dan toe. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • het proces-verbaal van getuigenverhoor van 25 januari 2024,
  • het proces-verbaal van getuigenverhoor van 27 juni 2024,
  • de memorie na enquête van [koper] , en
  • de antwoordmemorie van [verkoper] .
1.2.
Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.

2.De kern van de zaak na het tussenarrest

2.1.
[koper] heeft in december 2016 restaurant “ [naam1] ” in [plaats1] gekocht van [verkoper] . De door hen overeengekomen koopprijs bedroeg € 60.000, maar in het overnamecontract stond € 10.000 als koopprijs.
2.2.
Het hof heeft in het tussenarrest van 31 oktober 2023 geoordeeld dat het overnamecontract wegens dwaling vernietigbaar is, omdat [koper] daarin ten onrechte had opgenomen dat de verhuurder akkoord zou zijn met de overname. [koper] kan daarom, naar het oordeel van het hof, terugvorderen hetgeen hij betaald heeft aan [verkoper] op grond van onverschuldigde betaling. [verkoper] moet ook de schade van [koper] vergoeden op grond van onrechtmatige daad. [koper] stelt dat hij € 60.000 als koopsom heeft betaald en € 17.460 in verband met huur. [verkoper] erkent betaling van € 10.000 aan hem als koopsom, maar hij betwist contante betaling aan hem door [koper] van € 50.000 koopsom en van € 12.210 huurkosten.
2.3.
Het hof heeft bij het arrest van 31 oktober 2023 [koper] daarom toegelaten om te bewijzen:
  • dat [koper] op 20 december 2016 (naast het bedrag van € 10.000) € 20.000 en € 30.000 contant aan [verkoper] heeft betaald;
  • dat [koper] (naast de per bank betaalde bedragen van in totaal € 5.250) in totaal € 12.210 aan huurkosten (waaronder gas, water en lichtkosten) voor de bedrijfsruimte waarin het restaurant was gevestigd aan [verkoper] heeft betaald.
2.4.
Voor het slagen in het bewijs in een civielrechtelijke procedure als deze is niet vereist dat de te bewijzen feiten en omstandigheden onomstotelijk komen vast te staan, maar wel dat deze voldoende aannemelijk zijn geworden. [1]
2.5.
Het hof is op grond van de getuigenverklaringen, de stukken in het dossier en de door partijen ingenomen stellingen en weren, in onderlinge samenhang gezien, van oordeel dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat [koper] op 20 december 2016 naast € 10.000 nog eens € 20.000 en € 30.000 contant aan [verkoper] heeft betaald, en ook niet dat [koper] naast de door hem per bank betaalde bedragen van € 5.250 nog eens € 12.210 aan huurkosten voor de bedrijfsruimte aan [verkoper] heeft betaald. Het hof neemt daarbij het volgende in overweging.

3.De bewijsmiddelen

3.1.
Op 25 januari 2024 zijn als getuigen gehoord (i) [koper] , (ii) [vriend/buurman van koper] (een vriend/buurman van [koper] ) en (iii) [zwager van koper] (de zwager van [koper] , destijds verloofde van de zus van [koper] ). Op 27 juni 2024 is [verkoper] gehoord.
3.2.
Deze procedure is vóór 1 januari 2025 bij het hof aanhangig gemaakt, dus het voor die datum geldende bewijsrecht - waaronder art. 164 lid 2 Rv Pro (oud) - is van toepassing gebleven. [koper] is op grond van die wetsbepaling partijgetuige. Zijn verklaring kan daarom geen bewijs in zijn voordeel opleveren, tenzij deze verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs.
3.3.
Naast de getuigenverklaringen zijn de volgende stukken ingebracht waarnaar door getuigen wordt verwezen:
  • Een ongedateerd getypt stuk getiteld “
  • Een getypt stuk getiteld “
Oktober 2017 € 6.000,-
Januari 2018 € 10.000,-
April 2018 € 10.000,-
Juni 2018 € 24.000,-“.

4.Al dan niet betaling van de restant koopsom ad € 50.000

4.1.
[koper] heeft over de door hem gestelde betalingen van € 50.000 het volgende verklaard (vragen van de raadsheer-commissaris en van de advocaten zijn in de citaten hierna niet cursief opgenomen):
“Het gaat met name om 20 december 2016, dat is een belangrijke datum. Wat is er die dag gebeurd?
Dat was de dag van het kopen van het restaurant. [verkoper] had een handmatige verklaring dat ik hem geld had betaald en de rest over twee weken moest betalen. Toen heb ik 20.000 euro betaald. Die dag heb ik alles betaald.
Weet u nog of dit vroeg in de ochtend of in de middag was?
’S middags, rond 1 of 2 uur.
Heeft u die dag nog andere bedragen betaald aan [verkoper] ?
Ja, alles is dezelfde dag betaald. De 20.000 euro heb ik thuis bij [vriend/buurman van koper] betaald, ik had ook getuigen. Ik had afgesproken dat ik later de rest zou betalen maar ik werd tussendoor gebeld dat mijn vader mij het geld in [plaats1] kon geven. Daar heb ik de rest gehaald en toen hebben we contact gehad met de boekhouder. We gingen naar het kantoor van de boekhouder. Daar hebben we het contract getekend, de rest (10.000 euro) betaald en de sleutel gekregen.
Hoeveel was dat? 20.000 euro en 10.000 euro wordt 30.000 euro. Hoe heeft u de rest betaald?
Ik heb 30.000 euro bij [verkoper] thuis betaald. Ik heb het geld toch gekregen. Ik ben bij [verkoper] geweest en heb 30.000 euro betaald. De rest, 10.000 euro, heb ik bij de boekhouder betaald en daar is het contract getekend.
Hoe laat was ongeveer uw bezoek bij [verkoper] en hoe laat ongeveer de bijeenkomst bij de boekhouder?
Bij de boekhouder rond 16:00 uur en bij [verkoper] rond 15:30 uur.
Waren er andere mensen bij?
Bij het huis van [vriend/buurman van koper] was [zwager van koper] aanwezig en [naam2] . [vriend/buurman van koper] en [naam2] hebben ook die handmatige verklaring ondertekend als getuige. Er waren dus vijf mensen, ik zelf, [verkoper] , [vriend/buurman van koper] , [zwager van koper] en [naam2] . Er was nog iemand anders bij, maar die was voor mij onbekend.
Dat was een kennis van [verkoper] ?
Dat was een kennis van [vriend/buurman van koper] .
(…)
U heeft verteld wie er bij de bijeenkomst bij [vriend/buurman van koper] waren, wie waren er bij de volgende twee bijeenkomsten bij [verkoper] thuis en bij de boekhouder?
[naam3] , en [zwager van koper] zat met mij in de auto. Dus vier personen, [zwager van koper] , [naam3] , ikzelf en [verkoper] .
Mijn vraag was wie er bij de bijeenkomst waren, bij [verkoper] en de boekhouder?
[naam3] is niet in het huis van [verkoper] geweest, hij bleef in de auto. Bij de boekhouder was ik er, [verkoper] en ik denk ook [vriend/buurman van koper] . Dat was bij het kantoor binnen.
(…)
Op de vragen van mr. Nijenhuis antwoord ik als volgt:
Ik wil terug naar de wijze waarop die 20.000 euro en 40.000 euro naar Nederland is gekomen. U heeft gezegd dat u het geld van uw vader heeft gekregen. Kunt u van de 20.000 euro beschrijven hoe dit bedrag naar Nederland is gekomen, van wie het komt, door wie dat is gedaan en wanneer dat is gekomen?
Op 20 december 2016 heeft mijn vader geld overgemaakt naar iemand in [land3] , zij deden samen zaken. Op dezelfde dag heeft diegene uit [land3] het geld naar [plaats1] gebracht voor mij.
Hoe zat dit bij het bedrag van 40.000 euro?
Nog geen twee uur later belde mijn vader me dat ik naar [plaats1] kon om de rest van het geld, 40.000 euro, op te halen. Dit was op dezelfde dag.
Was uw vader in [plaats1] of iemand anders?
Niet mijn vader of de persoon die de 20.000 euro had gegeven, maar iemand anders.
Weet u nog wie dat was?
Nee.
Hij was gestuurd door uw vader?
Ja.
(…)
Op de vragen van mr. Stobbe antwoord ik als volgt:
De 20.000 euro, waar heeft u die in ontvangst genomen?
In het centrum van [plaats1] .
Waar in het centrum?
In de buurt van het station van [plaats1] .
Dat was iemand uit [land3] ?
Ja.
Weet u zijn naam nog?
Nee. Het is een kennis van mijn vader, niet van mij.
Dat was iemand uit [land3] ?
Ja.
Was hij met de auto?
Ja.
Met een [land3] kenteken?
Ja.
De naam kent u niet?
Nee.
Hoe had u met hem afgesproken?
Ik kreeg een telefoontje van mijn vader dat iemand naar [plaats1] zou komen met het geld. Wij hebben telefoonnummers uitgewisseld. Ik werd door die man gebeld of ik naar [plaats1] kon komen, hij was daar om het geld te geven. Ik heb het geld daar niet geteld, totdat ik in de auto was.
Was daar iemand bij?
Nee. Ik was alleen.
Heeft u die 20.000 euro ook op 20 december 2016 ontvangen?
Ja, rond 13:00 of 13:30 uur.
Het tweede bedrag was 40.000 euro. Hoe laat heeft u dat gekregen?
Ongeveer twee uur later, via iemand anders.
Kende u die persoon?
Nee, die is door mijn vader gestuurd.
Deze meneer kwam niet uit [land3] ?
Die kwam ook uit [land3] .
Er zijn die dag twee mensen uit [land3] geld komen brengen?
Ja, de een om 13:30 uur en de tweede om 15:30-16:00 uur.
Kende u de tweede man?
Nee.
Is een van de getuigen mee geweest bij ontvangst van het tweede bedrag?
Ja, [zwager van koper] is mee geweest.
Waar had u afgesproken?
In het centrum van [plaats1] .
(…)
U had dus een bedrag van 40.000 euro in ontvangst genomen. Waarom is besloten om bij [verkoper] 30.000 euro te betalen en later 10.000 euro bij de boekhouder in plaats van in een keer?
Hij wilde het geld zwart ontvangen, hij was bang voor de belasting die hij mogelijk moest betalen en hij had een procedure lopen waarbij hij misschien aan zijn vrouw moest betalen. Daarom is 30.000 euro apart betaald.
(….)
Is het tweede bedrag in ontvangst genomen bij de [land4] moskee bij het Centraal Station [plaats1] ?
Ja, op dat bekende punt.
Dat was om 15:00 uur ongeveer?
Tussen 15:30 en 16:00 uur. Ongeveer, het is acht jaar geleden.
Bent u direct van de woning van [vriend/buurman van koper] naar de woning van [verkoper] gegaan?
Nee. Nadat we bij [vriend/buurman van koper] waren weggegaan had ik wat zaken te doen. Ik was met [naam3] en [zwager van koper] . Toen werd ik gebeld voor het ophalen van het geld en daarna ben ik naar [verkoper] gegaan. [naam3] is in de auto gebleven en niet meegegaan naar het huis van [verkoper] . [zwager van koper] ging wel mee naar binnen.
Waarom hebben partijen nooit een schuldbekentenis getekend en heeft u nooit om een betalingsbewijs gevraagd voor die 20.000 en 40.000 euro?
Omdat ik het restaurant heb gekocht en gekregen. Waarom heb ik een bevestiging nodig? Ik heb de papieren en de sleutels dus ik heb het bewijs niet nodig dat ik zoveel heb betaald.
Waarom dan wel voor die 10.000 euro?
Omdat hij alleen maar 10.000 euro wilde opschrijven vanwege de belastingdienst en zijn vrouw. Daarom eiste [verkoper] om alleen 10.000 euro te noteren.
(….)
Ik ga ervan uit dat de mensen uit [land3] moesten bewijzen aan zijn vader dat ze het geld hadden afgegeven. Hebben ze gevraagd om een ontvangstbevestiging?
Mijn telefoontje was het bewijs. Ik heb mijn vader gebeld en gezegd dat ik het geld had ontvangen”.
4.2.
[zwager van koper] (zwager van [koper] ) heeft over deze gestelde betalingen het volgende verklaard:
“Het gaat met name over 20 december 2016. Was u betrokken bij de aankoop door [koper] van het restaurant?
Ja, ik was daarbij betrokken.
Hoe was u betrokken?
Ik was op bezoek bij [koper] , ik was verloofd met zijn zus en toen nog niet getrouwd. Dit was in [plaats1] . De eerste ontmoeting was ook de betaling van [koper] aan [verkoper] . De betaling gebeurde in het huis van [vriend/buurman van koper] , een vriend van [koper] . Als ik het me goed herinner was de eerste betaling 20.000 euro. Ik hoorde dat het 20.000 euro was en heb de betaling van het geld gezien, maar ik heb zelf niet geteld hoeveel het was. Ik was nog met [koper] toen hij meer geld ging halen. Hij ging naar het huis van [verkoper] en heeft nog een bedrag aan hem betaald. Op die dag hadden ze ook een afspraak met de boekhouder. Ik ben de hele dag bij hem geweest.
Weet u nog ongeveer hoe laat dit allemaal gebeurde, dus hoe laat de eerste en tweede betalingen gebeurden?
De eerste betaling kan ik me niet goed herinneren, maar ik denk tussen 12:00 en 13:00 uur. Daarna ben ik met [koper] en iemand anders geld gaan halen. Die andere persoon kende ik niet. Het was een vriend van [koper] . We zijn toen naar het huis van [verkoper] gegaan en daarvoor naar het huis van [vriend/buurman van koper] . Daar moest nog wat ondertekend worden. In het huis van [verkoper] werd gezegd dat er 30.000 euro was betaald. Ik heb het geld niet geteld. Toen heb ik tegen [koper] gezegd dat je geld niet zomaar mag geven zonder bewijs, daar moet een advocaat bij zijn. Hij zei dat hij [verkoper] vertrouwde en dat het geen probleem was. [koper] heeft ook nog toegevoegd dat ze een overeenkomst hadden ondertekend en [verkoper] niks kon doen.
Kunt u iets meer vertellen over waarom u geld ging halen, waar en bij wie?
De details weet ik niet, ik was nieuw bij die familie en we waren nog niet getrouwd. Ik weet dat hij geld zou halen op straat en een tasje heeft gekregen van iemand, maar wie, waar en wat weet ik niet. Hij was met zijn vriend, ik stapte gewoon in de auto. Ik heb ook niet zoveel contact met mijn schoonfamilie. Ik heb [koper] al drie jaar niet meer gesproken. Sinds 2018, de geboorte van mijn zoon, hebben we geen contact meer.
Met [koper] ?
Met alle drie de broers.
Weet u nog wel waar u naartoe bent u gereden om het geld te halen?
De straatnaam weet ik niet, ik ben onbekend in [plaats1] , maar het was wel in het centrum van [plaats1] . Het was een straat met Arabische winkels. Ik ben zelfs de auto niet uitgestapt.
Was dit in de buurt van het Station [plaats1] Centraal?
Ja. Niet in het station, maar in de buurt.
U wist dat [koper] geld ging halen. U stapte niet mee uit en bleef in de auto zitten?
Ja.
Werd er nog iets gezegd over hoeveel geld werd gehaald?
Ja, dit was 30.000 euro.
Weet u wie dat geld gegeven had?
Ik weet niet waar hij het geld van heeft gekregen.
Het geld was door [koper] meegenomen, weet u nog wat daarna gebeurde?
We zijn met het geld naar [plaats4] gegaan, naar het huis van [verkoper] , en [koper] heeft het bedrag aan [verkoper] betaald.
U was erbij toen dit werd betaald?
Ja.
En toen?
Daarna hadden ze iets afgesproken over geld via de bank. Toen ben ik naar [plaats5] gegaan, ik weet niet wat er toen is gebeurd.
Daarna is [koper] nog bij de boekhouder geweest, daar was u niet bij?
Nee”.
4.3.
[vriend/buurman van koper] (vriend van [koper] ) heeft over deze gestelde betalingen het volgende verklaard:
“Het gaat met name over 20 december 2016, dat is de dag waarop [koper] het restaurant heeft gekocht van [verkoper] . Weet u nog wat er die dag is gebeurd?
Ik herinner me dat [koper] aan [verkoper] , voordat ze naar de boekhouder gingen, contant geld had gegeven. [verkoper] wilde niet dat dit bij de boekhouder gebeurde omdat zijn vrouw dan de helft zou krijgen. Bij de boekhouder is iets van 10.000 euro gegeven. Hij kreeg eerst contant geld en ging daarna naar de boekhouder.
Waar gebeurde de eerste betaling?
Dat herinner ik me niet.
U zei dat er een andere betaling is geweest, u weet niet meer waar. Weet u nog ongeveer hoe de dag eruit zag qua volgorde?
Het contant betalen van het geld aan [verkoper] gebeurde ’s middags. Bij de boekhouder was in de loop van de avond of het einde van de middag.
(…)
Ik ga terug naar 20 december 2016. U zei dat u niet weet welk bedrag naast die 10.000 euro is betaald. Weet u wel ongeveer hoeveel het was of hoeveel biljetten het waren?
Ik herinner me dat het grote biljetten waren van 100 en 200 euro, die zie je niet elke dag. Ik weet niet precies hoeveel.
Kunt u beschrijven hoe dat bedrag werd betaald? Weet u nog wie erbij waren?
Dat weet ik niet meer”.
4.4.
[verkoper] heeft over deze gestelde betalingen het volgende verklaard:
“Het gaat erom dat [koper] zegt dat hij aan u 60.000 euro heeft betaald op 20 december 2016. Wat heeft u met elkaar afgesproken en welk bedrag heeft u ontvangen?
Ik heb alleen van hem 10.000 euro gekregen op het kantoor van [naam4] in [plaats6] , de boekhouder. Verder niets.
Had u afgesproken dat de koopprijs 60.000 euro zou zijn?
Het was precies 55.000 euro en 3 maanden borg aan de huisbaas. Dat kwam neer op een totaalbedrag van ongeveer 5.000 euro.
(…)
Terug naar 20 december 2016, toen er 10.000 euro was betaald bij de boekhouder. Hoe laat was dat ongeveer?
Rond half 2. Eerst waren we in [plaats1] bij mij thuis. Dat was met [naam5] , [koper] en ik. Dat was rond half 10. Mevrouw [naam4] had haar kantoor in [plaats6] . Toen hebben wij op straat een half uurtje daar gezeten. Eerst heeft zij het contract opgesteld tussen [koper] en [naam5] . Hij had de helft van de zaak aan meneer verkocht zonder dat ik het wist. Ik hoorde alleen dat het geld zou komen. Toen ik terugkwam van [land2] , zei [naam5] tegen mij dat hij de helft had gekocht. Daarna is er een contract opgesteld tussen [verkoper] en [koper] .
Wist u op 20 december 2016 dat meneer [naam5] geld aan [koper] had geleend?
Dat wist ik niet. Ik wist niet dat hij de helft had gekocht.
Waarom was [naam5] op 20 december 2016 dan aanwezig?
[koper] zei dat het om familie van hem ging. Ik wist toen niet dat [naam5] ook financieel meedeed. Ik hoorde later van de buren van het koffiehuis en de ijssalon dat hij de eigenaar was van het restaurant. Later hoorde ik ook dat hij de helft had gekocht.
Wanneer zag u [koper] op 20 december 2016?
Ongeveer rond half 10 ‘s ochtends. Toen waren we bij mij thuis op de [adres1] . Zijn moeder verbleef daar op een kamer. Toen kwam [naam5] met de auto bij ons. Toen gingen we gezamenlijk naar [plaats6] met de auto.
Hoe laat was u toen in [plaats6] ?
Ik denk een uur en een kwartier ongeveer.
U zei dat u rond lunchtijd bij [naam4] op kantoor kwam?
Ja, dat klopt.
Daarna bent u bij [naam4] naar binnen gegaan?
Ja, [naam4] las het contract voor zoals was afgesproken. [naam4] is de boekhoudster. Wij waren daar alle drie bij. Toen heeft hij die 10.000 euro gegeven aan mij geven, samen met de ontvangstbevestiging. [naam5] wilde die 10.000 euro niet geven voordat er getekend werd. Hij heeft 25.000 euro betaald en een auto aan [koper] . Toen hij hoorde dat [verkoper] de eigenaar was, hield hij die 10.000 euro vast.
Klopt het dat u eerder verklaarde dat die 10.000 euro van [koper] had ontvangen?
[naam5] wilde het niet geven totdat er getekend werd. Toen we dat hadden gedaan, heeft hij het geld gegeven.
Maar u zei net dat u niet wist dat [naam5] financieel deelnam.
We richten ons nu alleen op 20 december 2016. U zei net dat u niet wist dat [naam5] mee financierde en een deel van de koopprijs zou betalen. Hij werd aan u geïntroduceerd als familie van [koper] . Klopt dat?
Ik kom terug op mijn vorige antwoord. Dat wist ik aanvankelijk niet, maar op 20 december 2016 was het me wel duidelijk geworden. Daarvoor dacht ik dat hij familie van [koper] was.
Op die dag heeft [naam5] het geld aan [koper] gegeven en hij aan mij.
Heeft u niet voordat u bij de boekhouder was meneer [koper] ergens anders gesproken?
Hij kwam bij mij thuis en toen zijn we samen naar de boekhouder gegaan. Daarna zijn we naar de bank gegaan, waar we het geld hebben gestort. Dat was ongeveer 6.500 euro.
Ik houd u voor dat [koper] heeft verklaard dat hij u die dag ook 30.000 euro en 20.000 euro contant heeft betaald. Klopt dat?
Dat klopt niet.
Wat vindt u ervan dat [koper] dat verklaard heeft?
Hij liegt. Als ik geld van hem gekregen zou hebben, dan was ik ook niet in financiële problemen beland met alle gevolgen van dien. Mijn zaak is weg en mijn koophuis ook. Ik ben inmiddels verhuisd richting [land2] en gescheiden.
Terug naar 20 december 2016. U had 10.000 euro ontvangen. De koopprijs was ongeveer 60.000 euro. Wat was er afgesproken over de betaling van de rest?
Dat is allemaal vastgelegd op het document wat voor mij ligt. Daarin staat wanneer hij rest zou gaan betalen. Dat was in oktober 2017, januari 2018, april 2018 en juni 2019.
Ik ga u een aantal vragen stellen over dat document. Daar staat boven ‘
[plaats1] 1 mart’. Wordt daarmee 1 maart 2017 bedoeld?
Daarmee wordt 1 maart 2017 bedoeld.
De verkoopovereenkomst is van 20 december 2016. Dit document is dus van 2,5 maand later. Waarom?
Hij zei dat hij geen geld had. Hij zei dat zijn vader geld ging sturen. De deurwaarders kwamen naar mij, maar ik hoorde verder niks van hem.
Wat was dan de afspraak op 20 december 2016? Wat had u toen afgesproken over die 50.000 euro die nog betaald moest worden?
Er is toen mondeling afgesproken dat hij iedere keer beetje bij beetje zou betalen. [koper] zei dat hij een lening aan zou gaan. Hij zei dat hij in de zaak zou gaan werken en dat hij vanuit de omzet aan mij zou gaan betalen.
Was er toen een termijn afgesproken wanneer er betaald zou worden?
Hij zei dat hij een lening af zou gaan sluiten en dat het goed zou komen. Ik hoefde mij geen zorgen te maken.
Begrijp ik het goed dat u op 20 december 2016 nog geen concreet aflossingsschema had vastgelegd?
Ik had geen concreet aflossingsschema op papier. Het was mondeling afgesproken.
En waarschijnlijk in februari 2017 had u tegen [koper] gezegd dat u iets moest vastleggen?
Ja, we hebben iemand in de bibliotheek gevraagd dat voor ons op te schrijven.
Weet u nog wie dat was?
Nee, gewoon iemand van de bibliotheek.
Vervolgens staat er dat er betaald zou worden in oktober 2017 en verder. Heeft [koper] dat betaald?
Nee. Hij had geen geld. Er is nu beslag gelegd op mijn huis. Ik vroeg hem waar het geld was, want ik had nog niks gekregen. Zo blijft het doorgaan. Ik ben één keer bij hem langs geweest. Zijn moeder is nu ook niet meer bij mij thuis. Ik vroeg toen om mijn geld en zei dat ik mijn huis kwijt zou raken. Hij zei dat het goed zou komen. Toen hoorde ik later dat ik voor de rechter gesleept zou worden omdat ik hem bedreigd zou hebben. Alles is weg, mijn huis, zaak, vrouw en kinderen. Er is ook beslag gelegd op mijn salaris.
Toen u in oktober 2017 uw geld niet kreeg, wat heeft u toen gedaan?
Ik heb geprobeerd contact met [koper] op te nemen, maar hij was onvindbaar. Ik kon hem niet bereiken. Thuis niet, telefonisch ook niet. Op een gegeven moment had ik veel problemen. Mijn vrouw vroeg waar het geld bleef. Uiteindelijk belandde ik in een scheiding. Toen ben ik naar een advocaat gegaan. Toen bleek ook dat het beslag was gelegd op mijn salaris. Ik ging toevallig boodschappen toen en toen kwam ik erachter.
Op de vragen van mr. Stobbe antwoord ik als volgt:
Mijn vraag gaat over de personen die bij [verkoper] thuis zijn geweest. Het gaat om de verklaring van de [zwager van koper] , pagina 15. Ik wil [verkoper] voorhouden dat [zwager van koper] verklaard heeft dat hij op 20 december 2016 naar het huis van [verkoper] is gegaan, waar is gezegd dat er 30.000 euro betaald is. Kan [verkoper] zich nog herinneren of [zwager van koper] bij hem thuis is geweest die dag?
Ik weet niet wie dat is.
Hij is dus niet bij u thuis geweest?
Nee, ik heb hem nooit ontmoet.
Kent u meneer [vriend/buurman van koper] ?
Ja. Dat was een vriend van [koper] . Hij kwam wel eens in het restaurant.
Kunt u zich herinneren of u hem die dag gezien heeft?
Nee, niet gezien. Het was [koper] die bij mij thuis was. Daar hebben we gezeten totdat [naam5] kwam met de auto”.
4.5.
Naar het oordeel van het hof is [koper] er niet in geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat hij op 20 december 2016 - naast het bedrag van € 10.000 dat op het kantoor van de boekhouder is betaald - € 20.000 en € 30.000 contant aan [verkoper] heeft betaald, gezien de eenduidige betwisting daarvan door [verkoper] . [koper] is partijgetuige. Zijn verklaring kan daarom geen bewijs in zijn voordeel opleveren, tenzij deze verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs.
4.6.
De verklaring van [vriend/buurman van koper] is onvoldoende concreet om als bewijs voor de contante betalingen te dienen. Hij heeft verklaard dat hij niet meer weet hoeveel betaald is en wie daar bij aanwezig was of waren.
4.7.
Het hof heeft twijfel over de juistheid van de verklaring van [zwager van koper] . [zwager van koper] heeft verklaard dat hij op 20 december 2016 aanwezig was bij contante betalingen door [koper] aan [verkoper] in het huis van [vriend/buurman van koper] en van [verkoper] . [verkoper] heeft echter verklaard dat hij niet weet wie [zwager van koper] is, dat [zwager van koper] nooit bij hem thuis is geweest en dat hij hem nog nooit heeft ontmoet. [koper] heeft in zijn inleidende dagvaarding aangevoerd dat [vriend/buurman van koper] en “
de heer [naam6]” getuigen zijn geweest van de contante betalingen. Pas in de memorie van grieven heeft [koper] alsnog aangevoerd dat [zwager van koper] aanwezig was bij de contante betalingen en heeft [koper] in dat kader niet meer verwezen naar “
de heer [naam6]”. Daar komt bij dat de verklaring van [zwager van koper] niet aansluit op de verklaring van [koper] . [zwager van koper] heeft verklaard dat hij op 20 december 2016 de hele dag bij [koper] is geweest, maar hij heeft verklaard over één overhandiging van contant geld (€ 30.000) aan [koper] in [plaats1] Centrum, niet over twee overhandigingen, zoals [koper] heeft verklaard. Al met al oordeelt het hof dat de verklaring van [zwager van koper] niet geloofwaardig is.
4.8.
De verklaring van [koper] zelf over de gestelde overhandigingen en betalingen op 20 december 2016 is niet eenduidig en niet geloofwaardig. [koper] heeft verklaard dat hij rond 13:00-13:30 uur in [plaats1] Centrum € 20.000 heeft ontvangen van een hem onbekende persoon, dat hij rond 13:00-14:00 uur € 20.000 aan [verkoper] bij [vriend/buurman van koper] thuis heeft betaald, dat hij tussen 15:30 en 16:00 uur in [plaats1] Centrum € 40.000 van een andere hem onbekende persoon heeft ontvangen, dat hij rond datzelfde tijdstip € 30.000 aan [verkoper] heeft betaald bij [verkoper] thuis, om vervolgens rond 16:00 uur in [plaats6] de overeenkomst met [verkoper] te ondertekenen en € 10.000 te betalen. De reistijd [plaats1] - [plaats6] per auto bedraagt een uur en tien minuten, aldus [koper] zelf (randnr. 7 memorie na enquête). De verklaringen van [koper] over deze handelingen, locaties en tijdstippen zijn daarom niet met elkaar te verenigen. [koper] heeft daarnaast geen overtuigende verklaring gegeven waarom hij wel een ontvangstbevestiging heeft gekregen voor de door [verkoper] ontvangen € 10.000, maar niet voor het veel hogere bedrag van € 50.000.
4.9.
Bij de beoordeling weegt ten slotte nog mee dat [zwager van koper] en [vriend/buurman van koper] naasten (zwager en vriend) van [koper] zijn en dat objectief en verifieerbaar steunbewijs (bijvoorbeeld wat betreft het verkrijgen van de gelden) ontbreekt.
4.10.
De “
Schuld betekenis”, waarin als ondertekenaars staan vermeld [koper] en [verkoper] , wijst er op dat [koper] op 20 december 2016 € 10.000 aan [verkoper] heeft betaald en dat zij met dit document hebben bedoeld om een afbetalingsschema voor het resterende bedrag vast te leggen, zoals [verkoper] heeft verklaard. [koper] heeft over dit document verklaard dat hij dit via zijn advocaat kent, maar dat hij dit niet heeft ondertekend. [koper] voert in zijn memorie na enquête over dit document aan dat het ongeloofwaardig is dat dat door iemand is opgesteld die werkzaam is bij de bibliotheek en dat de herkomst “
op zijn minst genomen onbetrouwbaar te noemen is”, maar hij betwist in die memorie niet (uitdrukkelijk) de echtheid daarvan. Naar het oordeel van het hof kan de echtheid van dit document in het midden blijven omdat [koper] niet in zijn bewijsopdracht is geslaagd, ongeacht de echtheid van dit document.

5.Al dan niet betaling van maandbedragen

5.1.
[koper] heeft over de door hem gestelde betalingen van maandbedragen (voor huur en andere kosten) het volgende verklaard:
“Het gaat om twee bedragen, de koopsom van 60.000 euro, en om andere kosten die u betaald heeft aan [verkoper] , 12.210 euro. U zegt dat u ook die 12.210 euro aan [verkoper] heeft betaald en hij zegt dat dit niet waar is. Wanneer heeft u die bedragen betaald aan [verkoper] ?
Omdat ik geen zakelijk rekeningnummer had voor het restaurant heb ik alles contant betaald per maand, waaronder de huur en elektra. Nadat ik een rekeningnummer had geopend heb ik dit overgemaakt.
U betaalde maandelijks aan [verkoper] zelf?
Ja. Nadat ik het rekeningnummer had kon ik dit overmaken.
Dit was in juli 2017?
Dat denk ik wel.
Vroeg u niet een kwitantie aan [verkoper] voor die bedragen?
Nee, dat heb ik niet gekregen of gevraagd.
U vertrouwde [verkoper] ?
Een soort vertrouwen, hij liet zien dat hij de huur had doorbetaald aan de verhuurder.
Waren er mensen bij toen u die bedragen betaalde? Zijn er mensen geweest die hebben gezien dat u heeft betaald?
Twee keer was mijn broer erbij.
Uw broer heeft dezelfde achternaam?
Ja.
Hij is niet als getuige opgeroepen?
Nee.
(…)
Op de vragen van mr. Nijenhuis antwoord ik als volgt:
Ten aanzien van de huurbetalingen, kunt u zeggen hoe vaak u bedragen heeft betaald voor de huur en vaste lasten? Dus zowel contant als per bank?
Ik heb voor acht maanden betaald. Dus vanaf december tot ongeveer augustus.
Hoe vaak is dit contant geweest?
Ongeveer zes maanden.
Kunt u aangeven wat het totaalbedrag van de contante betalingen ongeveer is?
Ik heb in totaal per maand 2.100 euro betaald, waarvan 1.700 euro huur en 400 euro aan elektra, gas en water”.
5.2.
[zwager van koper] heeft hierover als volgt verklaard:
“Het gaat vandaag ook nog over een aantal betalingen na 20 december 2016. [koper] zegt dat hij maandelijks huur heeft betaald aan [verkoper] en vergoeding voor vaste lasten. Daarvan zegt [verkoper] dat hij dit niet heeft ontvangen. Weet u iets over betalingen van [koper] na 20 december 2016?
Ja, zoiets heb ik gehoord. Ik had er niks mee te maken. Ik had me gericht op mijn werk en mijn familie. Soms kreeg ik zoiets te horen van mijn vrouw of schoonmoeder, dat [koper] geld had betaald aan [verkoper] . Dat was ik helemaal vergeten, dit herinner ik me pas nu u hiernaar vraagt.
U was zelf niet betrokken bij betaling door [koper] aan [verkoper] ?
Nee”.
5.3.
[vriend/buurman van koper] heeft hierover als volgt verklaard:
“Kunt u dit specifieker beschrijven? Zijn er voorafgaand aan het bezoek aan de boekhouder meerdere bedragen betaald?
Op die dag is er een keer contant betaald en daarna gingen ze naar de boekhouder, maar in de periode daarna heeft hij nog meerdere keren contant betaald aan [verkoper] .
Weet u of die betalingen zagen op de koopsom of op de huur of energiekosten?
Ik weet het niet zeker. Ik weet zeker dat er werd betaald voor huur en vaste lasten. De rest weet ik niet, misschien was dit voor renovatie.
(…)
Op de vragen van mr. Nijenhuis antwoord ik als volgt:
U zei dat er na 20 december 2016 nog contante betalingen zijn gedaan. Kunt u zich herinneren hoe vaak dat is geweest?
Tenminste drie keer.
Hoe weet u dat?
Een keer gebeurde dit bij mijn huis, een keer bij [verkoper] en voor elektra heeft hij in het restaurant zelf contant aan [verkoper] betaald”.
5.4.
[verkoper] heeft hierover als volgt verklaard:
“Ik lees overweging 3.16 van het arrest van 31 oktober 2023 aan u voor. Daar bent u het niet mee eens. [koper] zegt dat hij 5.000 per bank en 12.000 in contanten heeft betaald.
Dat is niet betaald, geen cent. Vier of vijf maanden geleden is de deurwaarder gestopt en ook de Vitens en de gemeente.
Wat vindt u ervan dat [koper] zegt dat hij deze contanten betalingen heeft verricht?
Hij liegt. Er is niets betaald.
Probeert u zich te verplaatsen naar dat het koopcontract was getekend in 2016. U moest toen de huur en gas, water en licht nog betalen? U moest dus blijven betalen, maar u kreeg niks van [koper] ?
Nee. Ik dacht ik ga betalen, en van hem komt het geld nog. Mijn ex-vrouw vroeg waar het geld bleef.
Dus u heeft ook geld aan de verhuurder moeten betalen wat niet voor uw rekening hoorde te komen?
Ja, dat klopt. Er is 6.500 euro betaald aan de advocaten en de inventaris door mijn ex.
[koper] had wel via de bank aan u 5.250 euro betaald? Dat staat vast, staat in het arrest.
Helemaal niet. Het enige was dat die 10.000 euro. Ik daag meneer uit dat te bewijzen.
In het arrest staat dat er bepaalde bedragen zijn betaald.
Ik heb niets ontvangen.
Ik zou denken dat dat geld is benut om aan de verhuurder te betalen.
Het enige wat er van die 10.000 euro over was nadat er 3.300 euro dat aan [naam4] was gegeven, is gestort op de bank. Verder heb ik niets gekregen.
Op de aanvullende vraag van mr. Nijenhuis antwoord ik als volgt:
Herkent u bankrekeningnummer [rekeningnummer] ?
Dat weet ik niet uit mijn hoofd.
Er was een bankrekening op naam van het restaurant bij ING. Toen u tot verkoop overging, wat was toen ongeveer het saldo van die rekening?
Dat was nul.
U zei dat u een deel van de koopsom, ongeveer 6.500 euro, gestort op die bankrekening op die dag zelf?
Ja.
En heeft u daarna nog betalingen verricht vanuit die bankrekening naar de verhuurder voor gas, water en licht?
Nee. Het was geregeld met mijn ex.
Wat gebeurde er dan met die bankrekening?
Dat ging naar de heer [naam7] , de verhuurder”.
5.5.
Naar het oordeel van het hof is [koper] er niet in geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat hij (naast de per bank betaalde bedragen van in totaal € 5.250) € 12.210 aan huurkosten (waaronder gas, water en lichtkosten) voor de bedrijfsruimte waarin het restaurant was gevestigd aan [verkoper] heeft betaald.
5.6.
[koper] is partijgetuige. Zijn verklaring kan daarom geen bewijs in zijn voordeel opleveren, tenzij deze verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. De verklaringen van [zwager van koper] en [vriend/buurman van koper] kunnen niet dienen als bewijs. [zwager van koper] heeft over dit onderwerp niets uit eigen wetenschap verklaard. De verklaring van [vriend/buurman van koper] is onvoldoende concreet wat betreft datum, plaats, bedragen, daarbij aanwezige personen en het daarbij besprokene. Bovendien komt de verklaring van [vriend/buurman van koper] niet overeen met de verklaring van [koper] . [vriend/buurman van koper] heeft verklaard dat hij drie keer bij zulke betalingen aanwezig is geweest, maar [koper] heeft desgevraagd verklaard dat zijn broer, niet [vriend/buurman van koper] , bij zulke betalingen aanwezig is geweest. [koper] heeft daarnaast geen aannemelijke verklaring gegeven waarom hij geen schriftelijke bevestiging van zulke (grote) betalingen van [verkoper] heeft gevraagd. Ten slotte geldt ook hier dat objectief en verifieerbaar steunbewijs ontbreekt.

6.De conclusies

De conclusie in zaak 200.303.282
6.1.
Het hoger beroep van [koper] slaagt niet. Het hof zal het vonnis voor zover in deze zaak aan het oordeel van het hof onderworpen dan ook bekrachtigen.
6.2.
[verkoper] heeft tijdens de mondelinge behandeling op 21 december 2022 zijn incidentele beroep in deze procedure ingetrokken, zodat daarover niet meer hoeft te worden beslist.
6.3.
Omdat [koper] in deze procedure in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof hem tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Dit omvat de kosten van de bewijslevering die in deze zaak heeft plaatsgevonden. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.
6.4.
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).
De conclusie in zaak 200.303.333
6.5.
De grieven van [verkoper] die gericht zijn tegen de ontbinding van het overnamecontract slagen, maar dat leidt slechts tot vernietiging van het vonnis in zoverre. Gelet op de vernietiging van het overnamecontract die daarvoor in de plaats komt, houdt [koper] uit hoofde van onverschuldigde betaling recht op terugbetaling van het deel van de koopsom dat hij, naar vaststaat, heeft betaald (€ 10.000). Ook houdt hij recht op vergoeding van de huursommen en bijkomende kosten die hij tevergeefs voor het bedrijfspand heeft betaald (€ 5.250), dit uit hoofde van schadevergoeding wegens onrechtmatige daad (zie hiervoor rov. 3.11 van het tussenarrest). Zoals het hof in rov. 3.12 van het tussenarrest heeft overwogen, bestaat voor de vorderingen van [verkoper] verder geen grond, eveneens omdat het beroep van [koper] op vernietiging van het overnamecontract slaagt. De gedeeltelijke toewijzing van de geldvorderingen in conventie en de afwijzing van de vorderingen in reconventie blijven dus in stand.
6.6.
[koper] heeft tijdens de mondelinge behandeling op 21 december 2022 zijn incidentele beroep in deze procedure ingetrokken, zodat daarover niet meer hoeft te worden beslist.
6.7.
Omdat [verkoper] in deze procedure in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof hem tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. [2]
6.8.
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

7.De beslissing

Het hof:
In zaak 200.303.282
7.1.
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht , van 7 juli 2021 voor zover in deze zaak aan het oordeel van het hof onderworpen;
7.2.
veroordeelt [koper] tot betaling van de volgende proceskosten van [verkoper] :
€ 338,- aan griffierecht
€ 9.958,50 aan salaris van de advocaat van [verkoper] (4,5 procespunten x appeltarief IV)
In zaak 200.303.333
7.3.
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht , van 7 juli 2021, behalve de beslissing in onderdeel 8.2., die hierbij wordt vernietigd en beslist in zoverre opnieuw als volgt:
vernietigt de overeenkomst tussen [koper] en [verkoper] tot overname van de onderneming “ [naam1] ” aan [adres2] te [plaats1] ;
7.4.
veroordeelt [verkoper] tot betaling van de volgende proceskosten van [koper] :
€ 338,- aan griffierecht
€ 5.532,50 aan salaris van de advocaat van [koper] (2,5 procespunten x appeltarief IV)
In de zaken 200.303.282 en 200.303.333
7.5.
verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
7.6.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. Dozy, H.L. Wattel en P.J. van der Korst, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.

Voetnoten

1.Vgl. HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182.
2.HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.