“Het gaat met name om 20 december 2016, dat is een belangrijke datum. Wat is er die dag gebeurd?
Dat was de dag van het kopen van het restaurant. [verkoper] had een handmatige verklaring dat ik hem geld had betaald en de rest over twee weken moest betalen. Toen heb ik 20.000 euro betaald. Die dag heb ik alles betaald.
Weet u nog of dit vroeg in de ochtend of in de middag was?
’S middags, rond 1 of 2 uur.
Heeft u die dag nog andere bedragen betaald aan [verkoper] ?
Ja, alles is dezelfde dag betaald. De 20.000 euro heb ik thuis bij [vriend/buurman van koper] betaald, ik had ook getuigen. Ik had afgesproken dat ik later de rest zou betalen maar ik werd tussendoor gebeld dat mijn vader mij het geld in [plaats1] kon geven. Daar heb ik de rest gehaald en toen hebben we contact gehad met de boekhouder. We gingen naar het kantoor van de boekhouder. Daar hebben we het contract getekend, de rest (10.000 euro) betaald en de sleutel gekregen.
Hoeveel was dat? 20.000 euro en 10.000 euro wordt 30.000 euro. Hoe heeft u de rest betaald?
Ik heb 30.000 euro bij [verkoper] thuis betaald. Ik heb het geld toch gekregen. Ik ben bij [verkoper] geweest en heb 30.000 euro betaald. De rest, 10.000 euro, heb ik bij de boekhouder betaald en daar is het contract getekend.
Hoe laat was ongeveer uw bezoek bij [verkoper] en hoe laat ongeveer de bijeenkomst bij de boekhouder?
Bij de boekhouder rond 16:00 uur en bij [verkoper] rond 15:30 uur.
Waren er andere mensen bij?
Bij het huis van [vriend/buurman van koper] was [zwager van koper] aanwezig en [naam2] . [vriend/buurman van koper] en [naam2] hebben ook die handmatige verklaring ondertekend als getuige. Er waren dus vijf mensen, ik zelf, [verkoper] , [vriend/buurman van koper] , [zwager van koper] en [naam2] . Er was nog iemand anders bij, maar die was voor mij onbekend.
Dat was een kennis van [verkoper] ?
Dat was een kennis van [vriend/buurman van koper] .
(…)
U heeft verteld wie er bij de bijeenkomst bij [vriend/buurman van koper] waren, wie waren er bij de volgende twee bijeenkomsten bij [verkoper] thuis en bij de boekhouder?
[naam3] , en [zwager van koper] zat met mij in de auto. Dus vier personen, [zwager van koper] , [naam3] , ikzelf en [verkoper] .
Mijn vraag was wie er bij de bijeenkomst waren, bij [verkoper] en de boekhouder?
[naam3] is niet in het huis van [verkoper] geweest, hij bleef in de auto. Bij de boekhouder was ik er, [verkoper] en ik denk ook [vriend/buurman van koper] . Dat was bij het kantoor binnen.
(…)
Op de vragen van mr. Nijenhuis antwoord ik als volgt:
Ik wil terug naar de wijze waarop die 20.000 euro en 40.000 euro naar Nederland is gekomen. U heeft gezegd dat u het geld van uw vader heeft gekregen. Kunt u van de 20.000 euro beschrijven hoe dit bedrag naar Nederland is gekomen, van wie het komt, door wie dat is gedaan en wanneer dat is gekomen?
Op 20 december 2016 heeft mijn vader geld overgemaakt naar iemand in [land3] , zij deden samen zaken. Op dezelfde dag heeft diegene uit [land3] het geld naar [plaats1] gebracht voor mij.
Hoe zat dit bij het bedrag van 40.000 euro?
Nog geen twee uur later belde mijn vader me dat ik naar [plaats1] kon om de rest van het geld, 40.000 euro, op te halen. Dit was op dezelfde dag.
Was uw vader in [plaats1] of iemand anders?
Niet mijn vader of de persoon die de 20.000 euro had gegeven, maar iemand anders.
Weet u nog wie dat was?
Nee.
Hij was gestuurd door uw vader?
Ja.
(…)
Op de vragen van mr. Stobbe antwoord ik als volgt:
De 20.000 euro, waar heeft u die in ontvangst genomen?
In het centrum van [plaats1] .
Waar in het centrum?
In de buurt van het station van [plaats1] .
Dat was iemand uit [land3] ?
Ja.
Weet u zijn naam nog?
Nee. Het is een kennis van mijn vader, niet van mij.
Dat was iemand uit [land3] ?
Ja.
Was hij met de auto?
Ja.
Met een [land3] kenteken?
Ja.
De naam kent u niet?
Nee.
Hoe had u met hem afgesproken?
Ik kreeg een telefoontje van mijn vader dat iemand naar [plaats1] zou komen met het geld. Wij hebben telefoonnummers uitgewisseld. Ik werd door die man gebeld of ik naar [plaats1] kon komen, hij was daar om het geld te geven. Ik heb het geld daar niet geteld, totdat ik in de auto was.
Was daar iemand bij?
Nee. Ik was alleen.
Heeft u die 20.000 euro ook op 20 december 2016 ontvangen?
Ja, rond 13:00 of 13:30 uur.
Het tweede bedrag was 40.000 euro. Hoe laat heeft u dat gekregen?
Ongeveer twee uur later, via iemand anders.
Kende u die persoon?
Nee, die is door mijn vader gestuurd.
Deze meneer kwam niet uit [land3] ?
Die kwam ook uit [land3] .
Er zijn die dag twee mensen uit [land3] geld komen brengen?
Ja, de een om 13:30 uur en de tweede om 15:30-16:00 uur.
Kende u de tweede man?
Nee.
Is een van de getuigen mee geweest bij ontvangst van het tweede bedrag?
Ja, [zwager van koper] is mee geweest.
Waar had u afgesproken?
In het centrum van [plaats1] .
(…)
U had dus een bedrag van 40.000 euro in ontvangst genomen. Waarom is besloten om bij [verkoper] 30.000 euro te betalen en later 10.000 euro bij de boekhouder in plaats van in een keer?
Hij wilde het geld zwart ontvangen, hij was bang voor de belasting die hij mogelijk moest betalen en hij had een procedure lopen waarbij hij misschien aan zijn vrouw moest betalen. Daarom is 30.000 euro apart betaald.
(….)
Is het tweede bedrag in ontvangst genomen bij de [land4] moskee bij het Centraal Station [plaats1] ?
Ja, op dat bekende punt.
Dat was om 15:00 uur ongeveer?
Tussen 15:30 en 16:00 uur. Ongeveer, het is acht jaar geleden.
Bent u direct van de woning van [vriend/buurman van koper] naar de woning van [verkoper] gegaan?
Nee. Nadat we bij [vriend/buurman van koper] waren weggegaan had ik wat zaken te doen. Ik was met [naam3] en [zwager van koper] . Toen werd ik gebeld voor het ophalen van het geld en daarna ben ik naar [verkoper] gegaan. [naam3] is in de auto gebleven en niet meegegaan naar het huis van [verkoper] . [zwager van koper] ging wel mee naar binnen.
Waarom hebben partijen nooit een schuldbekentenis getekend en heeft u nooit om een betalingsbewijs gevraagd voor die 20.000 en 40.000 euro?
Omdat ik het restaurant heb gekocht en gekregen. Waarom heb ik een bevestiging nodig? Ik heb de papieren en de sleutels dus ik heb het bewijs niet nodig dat ik zoveel heb betaald.
Waarom dan wel voor die 10.000 euro?
Omdat hij alleen maar 10.000 euro wilde opschrijven vanwege de belastingdienst en zijn vrouw. Daarom eiste [verkoper] om alleen 10.000 euro te noteren.
(….)
Ik ga ervan uit dat de mensen uit [land3] moesten bewijzen aan zijn vader dat ze het geld hadden afgegeven. Hebben ze gevraagd om een ontvangstbevestiging?
Mijn telefoontje was het bewijs. Ik heb mijn vader gebeld en gezegd dat ik het geld had ontvangen”.