Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 25 januari 2024,
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 27 juni 2024,
- de memorie na enquête van [koper] , en
- de antwoordmemorie van [verkoper] .
2.De kern van de zaak na het tussenarrest
- dat [koper] op 20 december 2016 (naast het bedrag van € 10.000) € 20.000 en € 30.000 contant aan [verkoper] heeft betaald;
- dat [koper] (naast de per bank betaalde bedragen van in totaal € 5.250) in totaal € 12.210 aan huurkosten (waaronder gas, water en lichtkosten) voor de bedrijfsruimte waarin het restaurant was gevestigd aan [verkoper] heeft betaald.
3.De bewijsmiddelen
- Een ongedateerd getypt stuk getiteld “
- Een getypt stuk getiteld “
4.Al dan niet betaling van de restant koopsom ad € 50.000
Bij de boekhouder rond 16:00 uur en bij [verkoper] rond 15:30 uur.
Die kwam ook uit [land3] .
Ik weet niet waar hij het geld van heeft gekregen.
[plaats1] 1 mart’. Wordt daarmee 1 maart 2017 bedoeld?
de heer [naam6]” getuigen zijn geweest van de contante betalingen. Pas in de memorie van grieven heeft [koper] alsnog aangevoerd dat [zwager van koper] aanwezig was bij de contante betalingen en heeft [koper] in dat kader niet meer verwezen naar “
de heer [naam6]”. Daar komt bij dat de verklaring van [zwager van koper] niet aansluit op de verklaring van [koper] . [zwager van koper] heeft verklaard dat hij op 20 december 2016 de hele dag bij [koper] is geweest, maar hij heeft verklaard over één overhandiging van contant geld (€ 30.000) aan [koper] in [plaats1] Centrum, niet over twee overhandigingen, zoals [koper] heeft verklaard. Al met al oordeelt het hof dat de verklaring van [zwager van koper] niet geloofwaardig is.
Schuld betekenis”, waarin als ondertekenaars staan vermeld [koper] en [verkoper] , wijst er op dat [koper] op 20 december 2016 € 10.000 aan [verkoper] heeft betaald en dat zij met dit document hebben bedoeld om een afbetalingsschema voor het resterende bedrag vast te leggen, zoals [verkoper] heeft verklaard. [koper] heeft over dit document verklaard dat hij dit via zijn advocaat kent, maar dat hij dit niet heeft ondertekend. [koper] voert in zijn memorie na enquête over dit document aan dat het ongeloofwaardig is dat dat door iemand is opgesteld die werkzaam is bij de bibliotheek en dat de herkomst “
op zijn minst genomen onbetrouwbaar te noemen is”, maar hij betwist in die memorie niet (uitdrukkelijk) de echtheid daarvan. Naar het oordeel van het hof kan de echtheid van dit document in het midden blijven omdat [koper] niet in zijn bewijsopdracht is geslaagd, ongeacht de echtheid van dit document.
5.Al dan niet betaling van maandbedragen
Op die dag is er een keer contant betaald en daarna gingen ze naar de boekhouder, maar in de periode daarna heeft hij nog meerdere keren contant betaald aan [verkoper] .