De onder punt 3.25 bedoelde adviescommissie heeft haar rapport op 22 juni 2021
uitgebracht en aan de leden van de Tennisvereniging gepresenteerd. De leden hadden toen gelegenheid de commissieleden vragen te stellen. De conclusie van het rapport vermeldt, voor zover hier van belang, het volgende:
“Tennisvereniging Heino heeft de situatie die ontstaan is m.b.t. de nieuwbouw van het
clubhuis voornamelijk aan zichzelf te danken. De vereniging heeft in een vroeg stadium, zonder dat er een omgevingsvergunning was, en zonder dat de financiering geregeld was, een slecht en onvolledig contract afgesloten met een buitenlandse partij uit Roemenië, S.C. Prima Holding SRL. Achteraf gezien een onbetrouwbare leverancier. Het bestuur van Tennisvereniging Heino was op dat moment in de veronderstelling zaken te doen met een Nederlands bedrijf.
In het contract zijn zeer slechte financiële afspraken vastgelegd (...) Dus na levering van de
materialen moet 95% van de aanneemsom al betaald zijn alvorens de daadwerkelijke bouw
gestart wordt.
Door deze afspraken heeft Tennisvereniging Heino zich meteen volledig afhankelijk
gemaakt van S.C. Prima Holding SRL, en daardoor zichzelf gelijk in een lastige positie
gemanoeuvreerd en heeft men geen dwangmiddel meer richting S. C. Prima Holding SRL.
Tennisvereniging Heino heeft verzuimd de financiële situatie van S.C. Prima Holding SRL te controleren alvorens het contract te ondertekenen. S.C. Prima Holding SRL maakte nl. in
2017 al verlies en dat verlies is in de daarop volgende jaren alleen maar groter geworden.
Het bedrijf verkeerde in 2017 waarschijnlijk al in een slechte financiële positie.
Gemeente Raalte heeft de aanvraag van de omgevingsvergunning niet zorgvuldig genoeg
behandeld.(…)
Tennisvereniging Heino had medio 2018 S.C. Prima Holding SRL geen opdracht mogen
geven voor het leveren van de goederen en het starten van de bouw. De
omgevingsvergunning was nog niet door Tennisvereniging Heino ontvangen en was niet
onherroepelijk. Tennisvereniging Heino had op dat moment zeker niet de termijn van 45% van de aanneemsom en het meerwerk moeten betalen.
(...)
In het algemeen kan overigens wel gesteld worden dat de leden in de algemene
ledenvergadering alerter en kritischer hadden moeten reageren richting het bestuur en het
bestuur de leden zorgvuldiger had moeten informeren. Openheid en transparantie zijn
sleutelwoorden in deze.”