Uitspraak
Cleon Advies B.V.die zijn gevestigd in Coevorden
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 12 januari 2026 is gehouden.
2.De feiten
3.De vorderingen en de beslissing van de kantonrechter
1. Voor recht zal verklaren dat Cleon Beheer zich niet als goed werkgever heeft gedragen c.q. heeft gehandeld jegens [appellant] en het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst tussen [appellant] en Cleon Beheer zal vernietigen,
2. Cleon c.s. zal veroordelen tot vergoeding van schade van € 100.000 althans € 25.000 althans een bedrag dat het hof zal bepalen, en voor het overige tot het vergoeden van schade nader op te maken bij staat.
1. Primair: [appellant] zal veroordelen tot betaling aan Cleon Advies van de verbeurde contractuele boetes ten aanzien van het concurrentie- en relatiebeding tot een bedrag van
€ 143.500;
2. Subsidiair: [appellant] zal veroordelen tot betaling aan Cleon Advies van de schade die Cleon Advies leed en nog zal lijden door toedoen van [appellant] , zijnde een bedrag van
€ 11.280,21;
Primair en subsidiair:
3. [appellant] zal veroordelen tot betaling aan Cleon Advies van de verbeurde contractuele boetes ten aanzien van de geheimhoudingsovereenkomst van € 5.000;
4. [appellant] zal veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het vonnis (niet alleen bij Cleon Beheer maar ook) bij Cleon Advies in te leveren de wachtwoorden, eventuele bijbehorende tokens en alle andere gegevens die Cleon Advies nodig heeft om toegang te krijgen tot de bij Skyberate, dan wel haar rechtsopvolger ondergebrachte gegevens van de relaties van Cleon Advies, versterkt met een dwangsom van € 250 per dag tot een maximum van € 25.000;
€ 29.070,51, vermeerderd met rente.
4.De beoordeling door het hof
Een paar relaties heeft in hun verklaring kenbaar gemaakt dat zij (daarom) niet langer met Cleon c.s. willen samenwerken. Deze handelwijze van [appellant] met het vertrek van mogelijk een aantal relaties tot gevolg, acht het hof onvoldoende om te kunnen spreken van een
stelselmatigen
substantieelafbreken van het bedrijfsdebiet. Daar komt nog bij dat, zoals hiervoor ook al is overwogen, niet is onderbouwd dat die relaties bij [bedrijf1] of [appellant] zijn terechtgekomen. Ook dit bezwaar van Cleon c.s. treft dus geen doel.
Cleon c.s. voert hiertegen als bezwaar aan dat, gelet op de inhoud van het geheimhoudingsbeding, [appellant] het beding heeft geschonden met zijn handelen. Volgens [appellant] zijn de gegevens, in het kader van welke vennootschap een beroep kan doen op het concurrentiebeding, van belang om aan te tonen dat Brandom ondergebracht was in Cleon Advies en niet Cleon Beheer. Ook is het geheimhoudingsbeding bedoeld om eventuele concurrentie geen ongewenst voordeel te geven. Een geheimhoudingsbeding kan nooit bedoeld zijn of als effect hebben dat een partij ten behoeve van waarheidsvinding geen stukken aan de rechter mag overleggen als verweer tegen aantijgingen die jegens hem zijn gedaan.
“(…) 2. Ontvanger zal alle voornoemde informatie die bij hem door Cleon c.s. (…) is of zal worden verstrekt behandelen als vertrouwelijke informatie die hij derhalve voor derden strikt geheim zal houden. (…)3. Indien Ontvanger de verplichtingen in deze overeenkomst niet of niet volledig nakomt, zal hij door dit enkele feit per gebeurtenis aan Cleon c.s. een (…) boete ter grootte van een bedrag van € 5.000,= verschuldigd zijn. (…).”
Hosting wordt afgebouwd”. Die enkele zinssnede in een verslag van bijna drie jaar eerder, kan niet worden beschouwd als een opdracht van [naam1] aan [appellant] om de gegevens van Skyberate aan [bedrijf2] over te dragen. [appellant] heeft in hoger beroep herhaald dat hij niet over de gegevens beschikt en daarom niet aan een veroordeling kan voldoen. Daarover heeft de kantonrechter geoordeeld dat de omstandigheid dat voor het verkrijgen van de gegevens de medewerking van (de onderneming van) zijn echtgenote nodig is ( [bedrijf2] heeft de gegevens immers aan [bedrijf1] overgedragen), niet in de weg staat aan toewijzing van de vordering. [appellant] heeft tegen dat oordeel geen grief gericht. Hij heeft ook niet betwist dat [bedrijf1] over de gegevens beschikt. [appellant] heeft ten slotte nog aangevoerd dat relaties zelf bepalen met wie zij zaken willen doen. Dat kan zo zijn maar vormt geen valide argument om in de verhouding Cleon c.s. - [appellant] anders te oordelen dan dat de kantonrechter heeft gedaan. Daar komt bij dat Cleon c.s. ter zitting onweersproken heeft toegelicht dat en waarom zij nog steeds belang heeft bij afgifte van de gegevens: het gaat om alle data en digitale eigendommen van Cleon die daar zijn ondergebracht, waaronder de administratie. [appellant] heeft nog aangevoerd dat hij op 23 januari 2024 codes/tokens van de hosting van een aantal specifiek genoemde websites geboden. Daarmee heeft hij echter niet aan de terechte veroordeling door de kantonrechter voldaan.
De conclusie die het hof op grond van het voorgaande trekt is dat het traject naar zelfstandig ondernemerschap van [appellant] niet voorzag in concrete data waarop die stap zou worden gezet, dat die stap afhing van in ieder geval de inschatting van [naam1] of [appellant] daaraan toe was en dat dat kennelijk nog niet het geval was. Gelet op de bestaande afspraak had [appellant] na het overlijden van [naam1] , net als daarvoor, recht op het kunnen uitoefenen van zijn werkzaamheden in het kader van het traject dat beoogde te leiden naar zelfstandigheid. [appellant] heeft, door zelf ontslag te nemen, dat traject gestopt. Tegen deze achtergrond heeft Cleon c.s. door na het overlijden van [naam1] het label Brandom niet aan [appellant] over te dragen, niet gehandeld in strijd met gemaakte afspraken of in strijd met de op haar rustende zorgplicht. Hierop stuit deze vordering af.
inkomende facturen Brandom open vanaf 28 februari tot 16 april 2022’ en ‘
inkomende facturen Brandom open vanaf 16 april 2022’staan de inkoopfacturen over die periodes. Onder de kop “
in factuur niet betaald’ staan met blauwe markering de bedragen genoemd van de facturen die aan relaties zijn gestuurd op wie de inkoopfactuur volgens Cleon c.s. (dat volgt uit de beschrijving op de inkoopfactuur) betrekking had en die vervolgens niet hebben betaald. Wanneer uit de inkoopfactuur niet blijkt op welke relatie die betrekking heeft en dus niet door Cleon c.s. kon worden doorbelast, is het bedrag opgenomen onder de kop ‘
Niet toewijsbaar’. Cleon c.s. voert aan dat wanneer zij de beschikking had gehad over de g-schijf of de gegevens van Skyberate, zij aan relaties had kunnen laten zien dat zij opdracht hadden gegeven voor de betreffende inkopen en dan hadden de relaties ofwel de inkoopfactuur betaald dan wel had Cleon c.s. deze hoogstwaarschijnlijk (al dan niet na rechterlijke tussenkomst) kunnen innen. In totaal gaat het over de twee periodes tot en vanaf 16 april 2022 om een bedrag van € 8.727,24. Die inkoopfacturen heeft Cleon c.s. betaald. De relaties aan wie Cleon c.s. de facturen vervolgens heeft doorbelast hebben de facturen niet betaald. Het hof acht het zeer waarschijnlijk dat wanneer Cleon c.s. over haar administratie had kunnen beschikken waarin de opdrachten stonden, de relaties de inkoopfacturen wel hadden betaald dan wel daar met succes toe veroordeeld zouden zijn. Dat betekent dat het onbetaald blijven van deze inkoopfacturen schade is die Cleon c.s. heeft geleden als gevolg van het handelen van [appellant] . Dit bedrag zal worden toegewezen.
Niet toewijsbaar’. Dat Cleon c.s. zaken heeft ingekocht naar aanleiding van een opdracht van een relatie acht het hof aannemelijk. Dan geldt hetzelfde als hiervoor is overwogen: het hof acht het zeer waarschijnlijk dat deze inkoopfacturen zouden zijn betaald wanneer Cleon c.s. over haar administratie had beschikt en had kunnen achterhalen ten behoeve van welke relatie de inkoop was gedaan. Over de beide periodes komt het neer op een totaalbedrag van € 3.005,78. Dit bedrag wordt toegewezen.
€ 5.610,29 is berekend. Tijdens de zitting is besproken dat de btw over die uren geen schade is. Dat betekent dat € 5.610,29 moet worden verminderd met 21% btw wat neerkomt op een bedrag van € 4.636,60. Van dit bedrag kan alleen de gederfde winst als schade worden aangemerkt en niet de gemaakte omzet. Bij gebreke van aanknopingspunten stelt het hof de winstderving schattenderwijs vast op 50% van de waarde van de uren zonder btw. Dat komt neer op een bedrag van € 2.318,30.
Aan deze verweren gaat het hof voorbij. Cleon c.s. is door het handelen van [appellant] in de positie gebracht dat zij niet meer over haar administratie kan beschikken om aan te tonen hoeveel uren er voor welke relaties is gewerkt en dat daarvoor opdrachten zijn gegeven. Dat er uren zijn gewerkt ligt alleszins voor de hand nu er wél inkoopfacturen van diensten en goederen voor die relaties zijn (die door [appellant] niet zijn betwist) en waaruit in voldoende mate blijkt dat er een opdracht voor werkzaamheden aan Cleon c.s. is gegeven. Omdat Cleon c.s. de schade niet preciezer kan aantonen dan zij heeft gedaan, moet de schade worden geschat. Door die schatting van gewerkte uren te baseren op de in het jaar daarvoor gewerkte uren, heeft Cleon c.s. naar het oordeel van het hof een redelijke schatting gemaakt en dient daarvan, bij gebreke ook van concretere aanknopingspunten, te worden uitgegaan. Dat de omzet niet in de boeken voorkomt is logisch. Het gaat hier immers om schade en daarom heeft het hof in zijn berekening de btw eruit gelicht en een schatting gemaakt van het aandeel winst. [appellant] heeft in productie 77 bij memorie van antwoord de berekening van Cleon c.s. becommentarieerd maar iedere onderbouwing of toelichting bij dat commentaar ontbreekt en is ook tijdens de zitting niet gegeven. Het hof gaat daaraan dan ook voorbij.
omzet waar nog verkoopfacturen tegenover moeten komen’ dus de geschatte uren in verband met de onder 4.29. genoemde inkoopfacturen wordt niet toegewezen. Cleon c.s. heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waarop die schatting is gebaseerd.
€ 14.051,32. Het hof wijst dus een lager bedrag aan schadevergoeding toe en zal het vonnis op dit punt vernietigen.
5.De beslissing
€ 3.797 aan salaris van de advocaat van [appellant] (2 procespunten : 2 x het toepasselijke tarief V)