ECLI:NL:GHARL:2026:173

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
200.348.928
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over tekortkoming in koopovereenkomst van staalgaas voor verwarming van een voetbalveld

In deze zaak heeft Altop Products B.V. en Altop Kunststoftechniek B.V. (gezamenlijk Altop c.s.) hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 3 januari 2024 en 22 mei 2024. Het geschil betreft een koopovereenkomst voor 64 rollen staalgaas, die Altop heeft aangeschaft van Wire Weaving B.V. voor de verwarming van het voetbalveld van FC Utrecht. Altop stelt dat Wire Weaving tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst door late en onordelijke levering, alsook door afwijkende lengtes van de rollen. Altop vordert schadevergoeding van € 39.631,55, terwijl Wire Weaving in reconventie betaling van een openstaand factuurbedrag van € 10.000 vordert. De rechtbank heeft de vorderingen van Altop afgewezen, omdat deze onvoldoende onderbouwd waren. Het hof bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank en oordeelt dat de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn, die bepalen dat een levertijd indicatief is en dat overschrijding daarvan geen recht geeft op schadevergoeding. Het hof concludeert dat Wire Weaving niet in verzuim is geraakt en dat de gevorderde schadevergoeding niet voor vergoeding in aanmerking komt, omdat deze als gevolgschade wordt aangemerkt. Altop c.s. wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.348.928
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 425687
arrest van 13 januari 2026
in de zaak van

1.Altop Products B.V.

2. Altop Kunststoftechniek B.V.(hierna Altop respectievelijk Altop Kunststoftechniek en gezamenlijk Altop c.s.)
die beide zijn gevestigd in ‘s Heerenberg
die hoger beroep hebben ingesteld
en bij de rechtbank optraden als eiseressen in conventie en verweersters in reconventie
advocaat: mr. A.M. Takkenberg
en
Wire Weaving B.V.(hierna Wire Weaving)
die is gevestigd in Dinxperlo
die bij de rechtbank optrad als gedaagde in reconventie en eiseres in reconventie
advocaat: mr. H.J. Ligtenbarg

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
Altop c.s. heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen de vonnissen die de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, (hierna: de rechtbank) op 3 januari 2024 en 22 mei 2024 [1] tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep
  • de memorie van grieven
  • de memorie van antwoord
  • het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 19 november 2025 is gehouden.
1.2.
Vervolgens hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Altop heeft van Wire Weaving 64 rollen staalgaas gekocht. Dat staalgaas heeft Altop onder het voetbalveld van FC Utrecht geplaatst voor de elektrische verwarming van dat veld. In hoger beroep gaat het geschil alleen nog over de vordering van Altop tot betaling van € 39.631,55 aan schadevergoeding (plus rente en buitengerechtelijke incassokosten). Volgens Altop heeft Wire Weaving het staalgaas te laat geleverd, zijn de rollen bij het transport omgevallen en daardoor onordelijk en beschadigd geleverd en hadden niet alle rollen de overeengekomen lengte. Dat leidde tot vertraging en extra werk, waardoor Altop haar werknemers extra (over-)uren moest laten maken en schade heeft geleden, aldus Altop. In reconventie heeft Wire Weaving betaling van het nog openstaande factuurbedrag ad € 10.000 gevorderd.
2.2.
De rechtbank heeft de vorderingen van Altop in conventie afgewezen. Zij oordeelde dat Altop de vertragingsschade onvoldoende heeft onderbouwd. Ten aanzien van de onordelijke aflevering heeft Altop Wire Weaving niet in gebreke gesteld, zodat Wire Weaving niet in verzuim is geraakt. Dat de rollen zijn beschadigd is niet komen vast te staan terwijl ook het causale verband ontbreekt en de schade onvoldoende is gespecificeerd. Schade als gevolg van het inkorten van de rollen heeft Altop ook onvoldoende onderbouwd, aldus de rechtbank. De bedoeling van Altops hoger beroep is dat haar vorderingen alsnog worden toegewezen. De tegenvordering van Wire Weaving is door de rechtbank toegewezen. Tegen het tussenvonnis van 3 januari 2024 heeft Altop geen grieven gericht.
2.3.
Het hof zal de vonnissen bekrachtigen. Ook het hof komt tot het oordeel dat de vorderingen van Altop moeten worden afgewezen, maar langs een andere weg dan de rechtbank. Anders dan de rechtbank overwoog, zijn op de overeenkomst de algemene voorwaarden van de Metaalunie (hierna: de Metaalunievoorwaarden) van toepassing. Die houden in dat een levertijd slechts indicatief is, zodat de latere levering geen tekortkoming oplevert, en verder dat overschrijding van de leveringstermijn geen recht geeft op schadevergoeding. Verder bepalen de Metaalunievoorwaarden dat als door Wire Weaving ingeschakelde derden zoals transporteurs hun verplichtingen niet (tijdig) nakomen, dit geldt als overmacht zodat een daardoor veroorzaakte tekortkoming van Wire Weaving haar niet kan worden toegerekend. Ten aanzien van de afwijkende lengte van de rollen heeft Altop Wire Weaving niet in gebreke gesteld, zodat Wire Weaving niet in verzuim is geraakt. Ten slotte bepalen de Metaalunievoorwaarden dat gevolgschade niet voor vergoeding in aanmerking komt. De schade waarvan Altop vergoeding vordert valt, afgezien van het inkorten van rollen waarbij geen sprake is van verzuim, aan te merken als zulke gevolgschade. Het hof licht die beslissing hierna toe.

3.De toelichting op de beslissing van het hof

Feiten en achtergronden
3.1.
Wire Weaving vervaardigt en levert metaalproducten waaronder staaldraad en -gaas. Altop ontwikkelt, en is toeleverancier van, technologische verwarmingstoepassingen. Altop diende gedurende de zomerstop van 2023 in onderaanneming staalgaasrollen te monteren ten behoeve van de verwarming van het voetbalveld van FC Utrecht. Daartoe heeft zij staalgaas gekocht van Wire Weaving.
3.2.
Eerder, met het oog op de ontwikkeling van haar product, had Altop drie keer staalgaas gekocht bij Wire Weaving. Wire Weaving heeft orderbevestigingen overgelegd van 15 oktober 2021 voor een rol staalgaas van 12 meter, van 21 december 2021 voor een rol staalgaas van 10 meter en van 9 mei 2022 voor 10 rollen van 25 meter.
3.3.
Op verzoek van Altop heeft Wire Weaving op 8 december 2022 een offerte gestuurd, geldig tot 20 december 2022, voor de levering van 100 rollen staalgaas van 60 meter lang en 1 meter breed voor € 97.800 ex btw. Onderaan die offerte staat: “
In all cases in which we act as offeror or supplier, our offers, assignments given to us and agreements concluded with us are subject to the METAALUNIE TERMS AND CONDITIONS.” Vervolgens hebben partijen in januari en februari 2023 gesproken over de order en de prijs.
3.4.
Op 23 februari 2023 heeft Altop een inkooporder aan Wire Weaving gestuurd voor 64 rollen staalgaas met lengte van 70-70,5 meter en 1,5 meter breed, voor € 105.000 ex btw. Onderaan die inkooporder staat: “
Op alle aanbiedingen tot en overeenkomsten inzake door ons te verrichten leveringen en/of diensten zijn van toepassing de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden voor de metaal- en de elektrotechnische industrie, zoals laatstelijk door de Vereniging FME-CWM gedeponeerd (…) Andersluidende voorwaarden worden uitdrukkelijk afgewezen.” In e-mailcorrespondentie is afgesproken dat de rollen uiterlijk 12 mei 2023 worden geleverd; dat staat ook vermeld in de inkooporder. In de inkooporder staat dat 30% wordt betaald bij opdracht en 70% bij levering.
3.5.
De Metaalunievoorwaarden luiden, voor zover hier relevant, als volgt:

Artikel 5: Levertijd / uitvoeringsperiode
5.1
Een opgegeven levertijd of uitvoeringsperiode is indicatief. (…)
5.5
Overschrijding van de levertijd of uitvoeringsperiode geeft opdrachtgever in geen geval recht op schadevergoeding of ontbinding. (…)
Artikel 8: Overmacht
8.1
Een tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen kan aan opdrachtnemer niet worden toegerekend, indien deze tekortkoming het gevolg is van overmacht.
8.2
Onder overmacht wordt onder meer verstaan de omstandigheid dat door opdrachtnemers ingeschakelde derden zoals leveranciers, onderaannemers en transporteurs (…) niet of niet tijdig voldoen aan hun verplichtingen (…).
Artikel 13: Aansprakelijkheid
(…)
13.4
Niet voor vergoeding in aanmerking komen:
a. gevolgschade. Onder gevolgschade wordt onder meer verstaan stagnatieschade, productieverlies, gederfde winst, boetes, transportkosten en reis- en verblijfskosten; (…)
3.6.
De met de aangehaalde artikelen corresponderende algemene voorwaarden van FME-CWM (hierna de FME-voorwaarden) luiden voor zover hier relevant als volgt:

Art. 6 Levertijd
(…)
3. De levertijd is gebaseerd op de bij het sluiten van de overeenkomst geldende werkomstandigheden en op tijdige levering van de voor de uitvoering van het werk door de leverancier bestelde zaken en/of diensten. Als buiten schuld van de leverancier vertraging ontstaat door wijziging van bedoelde werkomstandigheden of doordat voor de uitvoering van het werk tijdig bestelde zaken en/of diensten niet tijdig worden geleverd, wordt de levertijd voor zover nodig verlengd. (…)
5. Overschrijding van de levertijd geeft de afnemer geen recht op gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst of schadevergoeding.
Art. 12 Aansprakelijkheid
1. Tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de tot de bedrijfsleiding behorende medewerkers van de leverancier en behoudens (…) is alle aansprakelijkheid van de leverancier, ongeacht de rechtsgrond, uitgesloten. De leverancier is daarom onder meer niet aansprakelijk voor schade door:
-niet-levering; (…)
-productieverlies en vermindering van gebruiksmogelijkheden; (…).
De leverancier is voorts niet aansprakelijk voor gederfde winst en welke gevolgschade en indirecte schade dan ook. (…)
Art. 13 Overmacht
1. Onder overmacht wordt in deze algemene voorwaarden verstaan elke van de wil van de leverancier onafhankelijke omstandigheid – ook al was deze bij het tot stand komen van de overeenkomst voorzienbaar – , die nakoming van de overeenkomst door de leverancier blijvend of tijdelijk verhindert of onredelijk bezwarend maakt, en, voor zover daaronder niet reeds begrepen, (…) transportmoeilijkheden, (…) gebreken en vertraging in de levering door toeleveranciers als gevolg van in dit lid genoemde omstandigheden.
3.7.
Op 22 februari 2023 heeft Wire Weaving een factuur voor de eerste 30% van de aankoopsom aan Altop gestuurd. Op die factuur wordt weer verwezen naar de Metaalunievoorwaarden. Altop heeft de factuur betaald. Partijen zijn in april 2023 een garantstelling door Altop Kunststoftechniek overeengekomen.
3.8.
Medio april 2023 hebben partijen besproken dat het schip met de rollen staalgaas pas op 8 mei 2023 zal aankomen en dat de rollen pas aan Altop geleverd kunnen worden rond 15 mei 2023, met een marge van drie dagen eerder of later. In een e-mail van 14 april 2023 schrijft Altop dat zij “
een plan B [zal] optuigen waarbij de rasters ook op 15 (maar uiterlijk 19) mei kunnen worden geleverd”.
3.9.
Op 17 mei 2023 zijn de rollen in de vrachtwagen op weg van Wire Weaving naar Altop omgevallen; 12 rollen zijn die dag aan Altop geleverd. De overige rollen zijn door de transporteur mee teruggenomen. Op 19 mei 2023 stond de transporteur van Wire Weaving nogmaals bij Altop maar werd niet opengedaan. Nadat de rollen een tweede maal bij het transport waren omgevallen, zijn op 22 mei 2023 de resterende rollen geleverd, waarvan het merendeel vanwege mogelijke schade weer door de transporteur is meegenomen. Deze rollen zijn door Wire Weaving geïnspecteerd en later alsnog geleverd. Wire Weaving heeft ook de bij Altop achtergebleven rollen opgehaald en geïnspecteerd. Uiteindelijk zijn de rollen tussen 22 mei en 6 juni 2023 in gedeelten (nogmaals) geleverd, waarbij Wire Weaving ook nog een extra rol heeft geleverd.
3.10.
Op 30 mei 2023 heeft Altop aan Wire Weaving geschreven dat een van de rollen 25 centimeter korter is dan de minimale lengte van 70 meter. Altop heeft daarbij opgemerkt dat Wire Weaving het zelf nog kan komen meten, gevraagd naar de controleformulieren van de maatvoering en gemeld dat Altop zal onderzoeken of het mogelijk is met een kortere lengte dan 70 meter te werken. Wire Weaving heeft diezelfde dag geantwoord dat de rollen tussen de 70 en 72 meter lang zijn maar dat er bij één twijfels waren en dat er nog geen papieren over de maatvoering zijn. Wire Weaving heeft daarbij ook gevraagd wat er precies gebeurt als een rol bijvoorbeeld 69,7 meter lang is. Op 1 juni 2023 heeft Altop gereageerd en onder meer geschreven: “
we hebben moeten besluiten alles op 69,5 meter te maken, in de hoop dat we er geen tegen zullen komen die korter zijn dan 69,5. Gelukkig komen we hiermee weg bij de klant, maar we hebben er wederom flink extra werk mee.” Uit de door Wire Weaving overgelegde meetcertificaten volgt dat één rol korter was dan 70 meter.
3.11.
Op 16 mei 2023 heeft Wire Weaving de resterende 70% gefactureerd. Altop heeft deze factuur minus € 10.000 betaald en een beroep gedaan op een opschortingsrecht.
Vorderingen Altop
3.12.
Altops vorderingen strekken tot schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen van Wire Weaving onder de overeenkomst, als bedoeld in artikel 6:74 BW. De tekortkomingen die Altop heeft aangevoerd zijn dat de levering te laat plaatsvond, dat de rollen onordelijk en mogelijk beschadigd zijn geleverd (door het omvallen in de vrachtwagen) en dat de rollen afwijkende lengtes hadden.
3.13.
Altop heeft bezwaren (grieven) gericht tegen de afwijzing van haar vorderingen. Indien een of meer van die grieven slagen, moet het hof (opnieuw) kijken naar de verweren die Wire Weaving in eerste aanleg heeft aangevoerd, ook als de rechtbank die heeft verworpen. Daarbij zijn onder meer van belang het beroep op de Metaalunievoorwaarden en het verweer dat geen sprake is van verzuim.
Zijn de Metaalunievoorwaarden van toepassing?
3.14.
Het hof ziet aanleiding het beroep van Wire Weaving op de toepasselijkheid van de Metaalunievoorwaarden eerst te bespreken. Wire Weaving heeft aangevoerd dat op de overeenkomst met Altop de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn; Altop heeft dat betwist. De rechtbank heeft geoordeeld dat deze niet van toepassing zijn.
3.15.
De toepasselijkheid van algemene voorwaarden moet door partijen worden overeengekomen. Dat betekent dat er wilsovereenstemming tussen partijen moet zijn over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden, of in ieder geval dat de gebruiker van de algemene voorwaarden er gerechtvaardigd op vertrouwt dat de wederpartij instemt met de gelding ervan (artikel 3:33 en 3:35 BW). Voor het antwoord op de vraag of sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen zijn alle omstandigheden van het geval van belang. Een relevante omstandigheid is bijvoorbeeld of sprake is van een bestendige handelsrelatie tussen partijen waarbij op de (eerdere) facturen naar de algemene voorwaarden wordt verwezen. [2] Uit artikel 6:232 BW volgt dat een wederpartij ook aan de algemene voorwaarden gebonden is als hij de inhoud ervan niet kende en de gebruiker dat wist of moest begrijpen.
3.16.
In dit geval heeft Altop in het recente verleden al drie keer eerder, in toenemende hoeveelheden, staalgaas van Wire Weaving afgenomen. Altop heeft bij de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard dat dat ging om bestellingen voor testopstellingen waarmee Altop haar product, een verwarmingssysteem voor voetbalvelden, verder heeft ontwikkeld. Het project bij FC Utrecht was de eerste keer dat Altops product werd toegepast. Het hof maakt daaruit op dat partijen met de onderhavige overeenkomst voortborduurden op de eerdere overeenkomsten en daardoor sprake was van een bestendige handelsrelatie. Dat de hoeveelheden bij de eerdere overeenkomsten geringer waren weegt daarbij minder zwaar; voor beide partijen was duidelijk dat de bestellingen betrekking hadden op een op steeds grotere schaal te vervaardigen verwarmingssysteem. Wire Weaving heeft gesteld dat op de eerdere overeenkomsten de Metaalunievoorwaarden van toepassing waren. Altop heeft dat niet weersproken. Daar komt bij dat Altop zich bij overeenkomsten waarbij zij als leverancier optreedt, ook van algemene voorwaarden bedient, die (zie 3.18 hierna) op belangrijke punten overeenkomen met de Metaalunievoorwaarden. In deze omstandigheden moest Altop, zoals Wire Weaving ook heeft aangevoerd, begrijpen dat Wire Weaving op basis van de Metaalunievoorwaarden zaken wilde doen en mocht Wire Weaving erop vertrouwen dat Altop daarmee instemde, ook voor de overeenkomst waarover dit geschil gaat. Daarom zijn de Metaalunievoorwaarden van toepassing.
3.17.
Daar komt nog bij dat Wire Weaving heeft aangevoerd dat de overeenkomst is gevolgd op, althans direct voortvloeit uit, de offerte van december 2022, waarin wordt verwezen naar de Metaalunievoorwaarden. Altop heeft weersproken dat op basis van die offerte is gecontracteerd. Zij heeft erop gewezen dat die offerte niet binnen de geldigheidsduur daarvan is aanvaard en heeft aangevoerd dat op dat moment nog niet de concrete opdracht van FC Utrecht in beeld was, hoewel wel verschillende voetbalstadions (met gelijke afmetingen) in beeld waren, voor een levering in de zomerstop van 2023. Dat verweer slaagt niet. Dat de geldigheidsduur van de offerte was verstreken, doet er niet aan af dat in de maanden na de offerte is dooronderhandeld over de order en de voorwaarden en dat in februari staalgaas is besteld voor een vergelijkbaar oppervlak en een vergelijkbare prijs als in de offerte voor een voetbalveld, te plaatsen in de zomerstop van 2023.
3.18.
Altop heeft verder aangevoerd dat de Metaalunievoorwaarden in haar inkooporder van de hand zijn gewezen. Dat betoog slaagt niet. Altop heeft er zelf al op gewezen dat de FME-voorwaarden niet (in plaats van de Metaalunievoorwaarden) van toepassing zijn omdat Altop bij deze overeenkomst geen leverancier is. Altop heeft verder aangevoerd dat zij “andersluidende voorwaarden” heeft afgewezen. Dat betoog slaagt evenmin. Als de afwijzing van andersluidende voorwaarden al ziet op gevallen waar Altop als koper optreedt, heeft Altop tegenover het betoog van Wire Weaving dat de voorwaarden sterk overeenkomen, onvoldoende toegelicht dat de FME-voorwaarden (op de relevante punten) anders luiden dan de Metaalunievoorwaarden. Altop heeft niet uitgelegd dat toepassing van de FME-voorwaarden wat betreft de gevolgen van te late levering, overmacht en de omvang van de aansprakelijkheid, leidt tot een ander resultaat dan toepassing van de Metaalunievoorwaarden. Het enkele feit dat Altop niet als leverancier maar als afnemer optreedt, maakt niet dat de Metaalunievoorwaarden als andersluidend moeten worden aangemerkt, in ieder geval heeft Altop dat onvoldoende toegelicht. Kortom, omdat in de offerte van Wire Weaving naar de Metaalunievoorwaarden wordt verwezen, Altop die niet van de hand heeft gewezen, en er in de factuur die Altop betaalde weer naar de Metaalunievoorwaarden wordt verwezen, heeft Altop de gelding van die voorwaarden aanvaard. Ook om die reden zijn de Metaalunievoorwaarden van toepassing op de overeenkomst.
3.19.
Altop heeft de Metaalunievoorwaarden niet vernietigd.
Beoordeling vorderingen Altop
3.20.
Wat betreft de gestelde tekortkoming door de levering na 12 mei 2023, is van belang dat artikel 5.1 van de Metaalunievoorwaarden bepaalt dat een opgegeven levertijd indicatief is. Dat betekent dat een latere levering niet, althans niet zonder meer, een tekortkoming oplevert. Daarom kan in het midden blijven of, zoals Wire Weaving heeft gesteld, partijen een nadere afspraak hebben gemaakt waarmee de leveringsdatum is opgeschoven naar uiterlijk 19 mei 2023. Uit artikel 5.5 van de Metaalunievoorwaarden volgt verder dat een overschrijding van de leveringstermijn geen recht geeft op schadevergoeding.
3.21.
Ten aanzien van de gestelde tekortkoming door de onordelijke levering en mogelijke (maar achteraf niet gebleken) beschadigingen als gevolg van transportproblemen, komt Wire Weaving gelet op artikel 8.2 van de Metaalunievoorwaarden een beroep toe op overmacht, zodat deze (gestelde) tekortkoming haar niet kan worden toegerekend.
3.22.
Daar komt bij dat de schade die Altop stelt te hebben geleden als gevolg van de vertraging en de onordelijke en mogelijk beschadigde levering, bestaat uit extra uren die zij heeft moeten maken om het werk tijdig op te leveren aan haar opdrachtgever. Wire Weaving heeft aangevoerd dat dergelijke schade als stagnatieschade of productieverlies kwalificeert, waarvan vergoeding op grond van artikel 13.4 van de Metaalunievoorwaarden is uitgesloten. Altop heeft dat verder niet weersproken.
3.23.
Tussen partijen staat voldoende vast – dat blijkt ook uit de meetcertificaten – dat één van de rollen korter was dan 70 meter. De afwijkende maat leidt echter niet tot een schadevergoedingsverplichting. Altop heeft Wire Weaving na constatering van de afwijkende lengte geen gelegenheid gegeven om binnen een redelijke termijn alsnog na te komen door rollen van 70-70,5 meter te leveren, maar heeft ervoor gekozen meteen alle rollen in te korten. Bovendien staat tussen partijen vast dat Wire Weaving een extra rol, een 65e, aan Altop heeft geleverd zodat uiteindelijk 64 rollen van voldoende lengte zijn geleverd. Voor zover al sprake is van een tekortkoming, is Wire Weaving om die reden niet in verzuim geraakt. Daarom heeft Altop ook op dit punt geen recht op schadevergoeding.
De conclusie
3.24.
Het hoger beroep slaagt niet. Omdat Altop c.s. in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Altop c.s. tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. [3]
3.25.
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

4.De beslissing

Het hof:
4.1.
bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 3 januari 2024 en 22 mei 2024;
4.2.
veroordeelt Altop c.s. tot betaling van de volgende proceskosten van Wire Weaving:
€ 2.175 aan griffierecht
€ 3.142 aan salaris van de advocaat van Wire Weaving (2 procespunten x het toepasselijke appeltarief III);
4.3.
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
4.4.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.P. Oosterhoff, G.J. Meijer en L. Spronck, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.

Voetnoten

1.Rechtbank Gelderland 22 mei 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:2971.
2.HR 5 juni 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0623, HR 1 juli 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1033 en HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3013.
3.HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.