Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2611

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
200.347.683/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:177a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige voor onderzoek schade kelder door aardgaswinning

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besloten een deskundige te benoemen om te onderzoeken of de kelder is uitgevoerd volgens de geldende bouwvoorschriften en of de schade aan de kelder verband houdt met bodembeweging door aardgaswinning. Het hof formuleerde een aantal specifieke vragen voor de deskundige, waaronder de beoordeling van eerdere rapporten en de mogelijke oorzaken van de schade.

Partijen hebben zich kunnen uitlaten over de vraagstelling en de persoon van de deskundige. NAM heeft een deskundige voorgedragen die ruime ervaring heeft met aardbevingsschade en het hof heeft deze benoemd. NAM moet het voorschot op de kosten van de deskundige betalen, vastgesteld op €16.320,48 inclusief btw.

De deskundige moet het onderzoek uitvoeren volgens de Leidraad deskundige in civiele zaken en partijen de gelegenheid geven te reageren op het concept-rapport. Het eindrapport moet uiterlijk 1 december 2026 aan het hof worden gestuurd. Partijen kunnen binnen twee weken na het arrest bezwaar maken tegen de hoogte van het voorschot.

Het hof houdt verdere beslissingen aan en stelt een planning vast voor reacties op het deskundigenbericht. NAM mag op 12 januari 2027 reageren en appellant op 23 februari 2027. Het arrest is op 28 april 2026 gewezen door drie raadsheren.

Uitkomst: Het hof benoemt een deskundige voor onderzoek naar de kelderschade en legt de kosten daarvan bij NAM.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.347.683/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 297607
arrest van 28 april 2026
in de zaak van
[appellant] ( [appellant] )
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. R.A. van Elst
en
Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM)
die is gevestigd in 's-Gravenhage
advocaat: mr. P.A.Th. Kostwinder.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

Naar aanleiding van het arrest van 9 december 2025 [1] zijn de volgende stukken gewisseld:
- een akte uitlating deskundigenbericht van [appellant] ;
- een akte uitlaten benoemen deskundige van NAM;
- een antwoordakte van [appellant] (met een productie);
- een antwoordakte uitlaten benoemen deskundige van NAM.

2.De toelichting op de beslissing van het hof

Het tussenarrest van 9 december 2025
2.1
In het tussenarrest van 9 december 2025 heeft het hof overwogen en beslist dat het nog niet kan vaststellen of NAM met het rapport van W+B betreffende de schade aan de woning van [appellant] het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW heeft weerlegd en dat het hof daarom een deskundige wil benoemen.
Het hof heeft een aantal vragen geformuleerd die het aan de te benoemen deskundige wil voorleggen en heeft overwogen dat het voorschot op de kosten van de deskundige door NAM zal moeten worden voldaan.
2.2
Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraagstelling en de persoon van de deskundige(n).
2.3
Het hof heeft ook beslist dat NAM de kosten van herstel van de schades betreffende de derde schademelding dient te vergoeden, maar dat over de omvang van deze schades nog discussie bestaat tussen partijen. Eventueel zal een deskundige daar uitsluitsel over moeten geven.
Partijen hebben inmiddels overeenstemming bereikt over de omvang van deze schades. De afspraken zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst die door [appellant] is overgelegd. Over dit geschilpunt hoeft het hof dus niet meer te beslissen.
De vraagstelling
2.4
Partijen hebben in hun aktes aangegeven zich te kunnen vinden in de door het hof geformuleerde vragen. [appellant] heeft een beperkte aanvulling op een van de vragen voorgesteld, die het hof zal overnemen. NAM heeft voorgesteld de door het hof genoemde vragen te laten voorafgaan door een overkoepelende vraag. Het hof zal die vraag – met een beperkte aanpassing – overnemen, maar niet als eerste vraag, maar als een na laatste vraag (zie vraag f hieronder).
2.5
Het hof zal aan de te benoemen deskundige dan ook de volgende vragen voorleggen:
a. Wilt u beoordelen of de kelder is uitgevoerd volgens de daaraan te stellen eisen uitgaande van een voorgenomen gebruik van een “woonkelder?Wilt u bij uw antwoord op de vraag de ten tijde van de aanleg van de kelder geldende bouwkundige voorschriften betrekken en ook de bevindingen van W+B, en de kritiek daarop van Vergnes, bespreken?b. Indien het antwoord op vraag a. ontkennend luidt: op welk onderdeel (welke onderdelen) schiet de uitvoering van de kelder te kort en wat zijn daarvan de gevolgen, onder meer wat betreft de waterdichtheid van de kelder?c. Indien uw antwoord op vraag a. ontkennend luidt: zou de lekkage en de waterschade die zich nu voordoet, zich (naar uw verwachting ) ook (in deze mate) hebben voorgedaan wanneer geen sprake was geweest van bodembeweging wegens de aardgaswinning?d. Hoe beoordeelt u de bevindingen van W+B over de oplegging van de stalen balken en de betonlatei en de gevolgen daarvan? Kunt u bij uw oordeel de reactie van Vergnes betrekken?e. Indien u de bij vraag d. bedoelde bevindingen van W+B geheel of gedeeltelijk deelt: zou de scheurvorming zich ook (in deze mate) hebben voorgedaan wanneer geen sprake was geweest van bodembeweging wegens de aardgaswinning?f. Hoe beoordeelt u in het licht van uw antwoorden op de vorige vragen de conclusie van W+B dat aannemelijk is dat de onderzochte schades aan de kelder zijn ontstaan door gebouw gebonden oorzaken en dat kan worden aangenomen dat deze schades ook zonder bodembeweging door gaswinning zouden zijn ontstaan?g. Geeft uw onderzoek u aanleiding tot het maken van opmerkingen die voor de beoordeling van het geschil tussen partijen mogelijk van belang zijn?
De persoon van de deskundige
2.6
[appellant] heeft vier mogelijke deskundigen voorgesteld, maar heeft daarbij aangegeven zich voor wat betreft de persoon van de deskundige te refereren aan het oordeel van het hof. NAM heeft een deskundige voorgedragen. NAM heeft tegen de door [appellant] voorgestelde deskundigen ingebracht dat zij niet beschikken over de volgens NAM noodzakelijke kennis over de effecten en gevolgen van beweging van bodem op bouwwerken en de daarvoor meest geschikte onderzoeksmethode. [appellant] heeft geen commentaar geleverd op de door NAM voorgedragen deskundige.
2.7
Het hof ziet in een en ander aanleiding om de door NAM genoemde deskundige, ing. [naam] , te benoemen. Het is het hof ambtshalve bekend - het hof heeft hem eerder als deskundige benoemd in ‘aardbevingszaken’- dat [naam] ruime ervaring heeft als gerechtelijk deskundige en ook kennis heeft van de problematiek van het causaal verband tussen aardbevingen en gebouwschades.
2.8
[naam] heeft verklaard vrij te staan tegenover partijen en bereid te zijn een benoeming tot deskundige te aanvaarden.
Het voorschot op de kosten van de deskundige
2.9
[naam] heeft zijn kosten begroot op € 16.320,48 inclusief btw, uitgaande van een uurtarief van € 198,-exclusief btw, een te verwachten tijdsbesteding van 56 uren en € 2.400,- exclusief btw aan verschotten en secretariële ondersteuning. [naam] gaat er daarbij vanuit dat geen nieuw bodem- en/of fundatieonderzoek hoeft plaats te vinden. Indien dat toch noodzakelijk blijkt te zijn, zal hij om vaststelling van een aanvullend voorschot vragen.
2.1
Zoals gezegd dient NAM het voorschot voor haar rekening te nemen.
2.11
Indien partijen zich niet kunnen verenigen met de hoogte van het voorschot dienen zij het hof van hun bezwaren in kennis te stellen, waarna het hof op hun bezwaren zal beslissen.

3.De beslissing

De benoeming
3.1
Het hof benoemt tot deskundige:
ing. [naam] , [adres] , [postcode] [plaats] , [mailadres]
om een onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen over de vragen die in 2.5 zijn genoemd.
3.2
Het hof stelt het voorschot van de deskundige vast op € 16.320,48 (inclusief btw).
NAM moet het voorschot betalen.
Aanwijzingen voor de deskundige
3.3
Pas als de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald, mag deze met het onderzoek beginnen.
3.4
De deskundige moet schriftelijk antwoorden op de hiervoor geformuleerde vragen.
3.5
Bij de uitvoering van het onderzoek moet de deskundige de Leidraad deskundige in civiele zaken volgen die is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
3.6
De deskundige moet zijn concept-rapport voorleggen aan partijen en hun de gelegenheid geven schriftelijk op zijn concept-rapport te reageren. In zijn eindrapport moet de deskundige ingaan op deze reacties van partijen.
3.7
Als de deskundige vragen heeft, kan hij die stellen aan mr. H. de Hek (dat is de raadsheer-commissaris).
3.8
De deskundig moet het deskundigenbericht vóór 1 december 2026 sturen naar het hof (postbus 1704, 8901 CA in Leeuwarden).
Aanwijzingen voor partijen
3.9
Indien partijen het niet eens zijn met de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige moeten zij dat binnen twee weken na de datum van dit arrest in een brief aan het hof laten weten. Het hof zal in dat geval op hun bezwaren beslissen.
3.1
Het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal aan NAM een factuur sturen voor een voorschot van € 16.320,48 (inclusief btw). Dit voorschot moet binnen
4 weken na de datum op de factuur zijn betaald.
3.11
NAM moet aan de deskundige een kopie van het dossier sturen. De griffier stuurt de deskundige een kopie van dit arrest.
3.12
Partijen moeten de deskundige de inlichtingen geven waarom deze vraagt.
3.13
Op dinsdag 12 januari 2027 kan NAM op het deskundigenbericht reageren. Op dinsdag 23 februari 2017 mag [appellant] daarop reageren.
3.14
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. H. de Hek, A.A.J. Smelt en H. Mollema - de Jong, en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.