ECLI:NL:GHARL:2026:3308
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing proceskostenvergoeding in bestuursstrafzaak Wahv
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de proceskostenvergoeding van de officier van justitie ongegrond verklaarde. Het geschil betreft de toepassing van artikel 13a, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) en de vraag of het bedrijfsmodel van de gemachtigde een bijzonder geval vormt dat een afwijking van de standaard proceskostenvergoeding rechtvaardigt.
Het hof oordeelde dat het appelverbod buiten toepassing moest worden gelaten omdat de betrokkene niet deugdelijk was opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter, in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv. Vervolgens werd het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie inhoudelijk beoordeeld.
De gemachtigde voerde aan dat zijn bedrijfsmodel, als Legal Tech softwareontwikkelaar met een divers verdienmodel en slechts elf procent no cure no pay zaken, niet onder de beperkende maatregel van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv valt. Het hof stelde echter vast dat de gemachtigde niet voldoende bewijs leverde dat de proceskostenvergoedingen niet de redelijke kosten van de procedures ver overtreffen. De financiële gegevens waren onvoldoende gespecificeerd om de kosten toe te rekenen aan de gewonnen procedures.
Daarom werd geoordeeld dat het bedrijfsmodel niet als bijzonder geval kan worden aangemerkt en dat de officier van justitie terecht artikel 13a, tweede lid, van de Wahv toepaste. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding afgewezen.