Uitspraak
1.[verkoper1]
[verkoper2]
1.[koper1] B.V.
[koper2]
[koper3]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De zaak in het kort
3.De toelichting op de beslissing van het hof
“(…) in de plaats treedt van de wilsverklaring van [verkopers] voor de medewerking aan het opmaken en passeren van de notariële leveringsakte (…)”(zie hiervoor onder 2.2). Mede gelet op hetgeen hiervoor is vermeld moet deze beslissing van de rechtbank zo worden uitgelegd dat de rechtbank daarmee een deel van de notariële akte – te weten: de verklaring van [verkopers] – door het vonnis heeft vervangen. [4] Dit betekent dat – anders dan [verkopers] aanvoeren – sprake is van een uitspraak in de zin van artikel 3:300 lid 2 BW Pro.
kantreden (zie hiervoor onder 3.6). Die situatie doet zich in dit geval voor zodra [kopers] aan de in de koopovereenkomst gestelde voorwaarden voldoen en [verkopers] hun verplichting om het perceel landbouwgrond aan [kopers] te leveren vervolgens niet nakomen. Dit betekent dat de omstandigheid dat [kopers] nog geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om het vonnis in de plaats te doen treden van een deel van de notariële akte niet tot gevolg heeft dat de eis van inschrijving niet geldt. [verkopers] moesten het hoger beroep dus inschrijven in het rechtsmiddelenregister. Het betoog van [verkopers] dat artikel 3:301 lid 2 BW Pro toepassing mist omdat tussen partijen niet in geschil is dat onder de huidige omstandigheden nog geen levering van het perceel landbouwgrond kan plaatsvinden, zodat de betrouwbaarheid van de openbare registers niet in het geding is, gaat gelet op het bovenstaande evenmin op.
4.De beslissing
- € 1.935,- aan salaris van de advocaat van [kopers] (1,5 procespunt x het toepasselijke tarief II);