Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de memorie van grieven, met productie
- de memorie van antwoord
- de akte van Volkshuisvesting, met producties
- de antwoordakte van de bewindvoerder.
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
“Rechthebbende op het pand
Tegenover deze belangen staat dat het laten plaatsvinden van illegale prostitutie vanuit de woning (ook als dat eenmalig is geweest) een ernstige tekortkoming is. Volkshuisvesting verhuurt ook de woningen die rondom het gehuurde liggen. Zij voert een beleid dat gericht is op het handhaven van een aanvaardbaar woonklimaat in de wijk. De aanwezigheid van prostitutie schaadt het imago en de woonkwaliteit van de wijk. Volkshuisvesting hanteert een zerotolerancebeleid ten aanzien van illegale prostitutie en vordert in die gevallen altijd ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. Daardoor zien alle huurders dat illegale activiteiten niet worden geaccepteerd.
Naar het oordeel van het hof weegt het belang van [naam1] en [naam2] niet op tegen het belang van Volkshuisvesting bij de ontbinding van de huurovereenkomst. [naam1] en [naam2] dienen dus op zoek te gaan naar een andere woning. Zij kunnen daarbij gebruik maken van de hulpverlening van het wijkteam. Volkshuisvesting heeft gevorderd dat de bewindvoerder wordt veroordeeld om de woning binnen 14 dagen na betekening van dit arrest te ontruimen. Het hof ziet aanleiding om de bewindvoerder een ontruimingstermijn van twee maanden te geven na de betekening van dit arrest. Hierdoor hebben [naam1] en [naam2] meer tijd om een andere woonruimte te vinden.