Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
advocaat: mr. G.J.P.C.G. Verheijen
Stichting Jeugdbescherming Gelderland
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele familierechtzaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 27 januari 2026 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 24 juli 2025.
De vader had zijn beroepschrift ingediend op 30 oktober 2025, ruim na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn van drie maanden die startte op de datum van de mondelinge uitspraak, 24 juli 2025. De vader stelde dat de termijn pas op 1 augustus 2025 begon, omdat de beschikking toen schriftelijk was vastgesteld en het afschrift was verzonden.
Het hof oordeelde dat de termijn strikt moet worden gehanteerd en dat de datum van de mondelinge uitspraak geldt als aanvangsdatum van de beroepstermijn. De schriftelijke vaststelling en verzending van de beschikking wijzigen hier niets aan. Hierdoor was het hoger beroep te laat ingediend en werd de vader niet-ontvankelijk verklaard.
De mondelinge behandeling van het hoger beroep vond niet plaats omdat de vader het beroep had ingetrokken. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van termijnen in het belang van rechtszekerheid en goede procesvoering.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.