ECLI:NL:GHARL:2026:470
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding pachtovereenkomst wegens beëindiging bedrijfsmatige landbouw
In deze zaak staat de ontbinding van een pachtovereenkomst centraal omdat het perceel niet langer voor bedrijfsmatige landbouw wordt gebruikt. De vader van de geïntimeerden was eigenaar van het perceel, dat na zijn overlijden in 2015 aan hen is overgegaan. De appellant gebruikte het perceel sinds 2002, zonder schriftelijke overeenkomst, en betaalde vanaf 2013 jaarlijks €1.500.
De geïntimeerden vorderden schriftelijke vastlegging van een pachtovereenkomst en ontbinding daarvan wegens het niet-bedrijfsmatig gebruik. De pachtkamer in Roermond stelde de reguliere pachtovereenkomst vast, ontbond deze en veroordeelde appellant tot ontruiming.
Het hof bevestigt dat appellant het perceel niet meer bedrijfsmatig exploiteert, mede omdat hij sinds 2015 niet meer ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel en slechts een beperkte gecombineerde opgave overlegt. Appellant gaf aan vanwege gezondheidsklachten te zijn gestopt met het bedrijf en het perceel door loonwerkers te laten bewerken. Het hof bekrachtigt het vonnis van de pachtkamer en wijst het hoger beroep van appellant af.
De vordering van geïntimeerden tot vergoeding van werkelijke proceskosten wordt afgewezen wegens gebrek aan misbruik van procesrecht. De proceskostenveroordeling wordt beperkt tot griffierecht en advocaatkosten, en de overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de pachtovereenkomst wegens het niet-bedrijfsmatig gebruik van het perceel en veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten.