Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord tevens (ten dele voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep
- de memorie van antwoord in incidenteel appel
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 9 maart 2026 is gehouden.
2.De kern van de zaak
- de boerderij aan de [adres1] in [woonplaats2] met bedrijfsgebouwen en percelen weiland, bouwland en bos (ongeveer 19.55.84 hectare);
- het woonhuis met garage, ondergrond, erf en tuin, aan de [adres2] in [woonplaats2] , onder voorbehoud van het beperkt recht van vruchtgebruik voor de ouders en bij opvolging (ongeveer 10 are). In 2012 is aan dit woonhuis een serre aangebouwd voor een bedrag van € 25.000.
- deskundigen benoemt om de overdrachtsprijs van het agrarisch bedrijf op 31 december 2005 en de waarde van de woning aan [adres2] vast te stellen;
- [geintimeerde] veroordeelt aan haar te betalen de legitieme porties (bedragen door haar p.m. gesteld) in de nalatenschap van moeder en vader (met de wettelijke rente daarover), een bedrag van € 90.756 (schade in verband met de koopoptie) en een bedrag van € 135.355 (vaststellingsovereenkomst).
3.De toelichting op de beslissing van het hof
De bedrijfsopvolgers zullen overgaan tot verkoop van (een) door hen te bepalen perceel (percelen-cultuurgrond met een (totale) oppervlakte van minimaal 4.00.00 hectare.
“Het is in eerste instantie een schenking van zus naar zus dus dan is schenkbelasting 50%”. [appellante] noemt ook andere appberichten van haar zussen waarin staat dat het fiscaal zo gunstig mogelijk moet en dat ondertekening in 2020 wenselijk is in verband met een lagere schenkbelasting.
‘Daarom is tussen de ouders en de dochter overeengekomen, dat dochter verplicht is een nadere uitkering te doen’aan ieder van haar zussen bij vervreemding van onroerende zaken of bedrijfsbeëindiging voor 1 januari 2021. Met dit beding beogen de ouders het voordeel dat [geintimeerde] daarbij behaalt te laten delen met haar zussen. In dit geval loopt de vermogensverschuiving van de ouders naar [appellante] en [naam1] via [geintimeerde] . Zij is verplicht tot uitkering van 1/3e van de in het afrekenbeding bedoelde winst. Dat betekent niet dat [appellante] en [naam1] ten koste van haar worden verrijkt. Zij verarmt niet omdat zij al de verplichting heeft de winst te delen. Bij haar is ook geen sprake van een bevoordelingsbedoeling, wel van een verplichting jegens haar ouders die zij moet nakomen.
‘Dit bedrag dient derhalve als een schenking aan [geintimeerde] bij de berekening van de legitieme portie te worden meegenomen.’[appellante] legt niet uit wat maakt dat dit bedrag is geschonken aan [geintimeerde] . Zij stelt niet dat sprake is van een vermogensverschuiving (verarming ouders/verrijking [geintimeerde] ) en rept ook niet van een bevoordelingsbedoeling. Dat betekent dat de grief op dit onderdeel faalt.
‘OPTIERECHT TOT KOOP’en met een verklaring van haar echtgenoot van 24 februari 2024
.De ouders hebben deze woning op 29 december 2006 geschonken aan [geintimeerde] onder voorbehoud van vruchtgebruik. Dat betekent volgens [appellante] dat zij aan haar de boete zijn verschuldigd van € 90.756 (f. 200.000) die is afgesproken voor het geval dat de ouders handelen in strijd met het recht van koop van [appellante] . Als erfgename van de ouders moet [geintimeerde] dit bedrag aan [appellante] betalen. [geintimeerde] betwist dit en wijst erop dat zij een ouder recht van koop had op grond van artikel 14 letter Pro g van de maatschapsovereenkomst. Zij wijst ook op de brief van 19 juni 2000 van [de accountant] aan vader waarin staat dat het stuk met de koopoptie aan [appellante] niet zal worden ondertekend, omdat vader de woning aan de [adres2] in [woonplaats2] in de toekomst aan [geintimeerde] wil schenken. [geintimeerde] voert tot slot nog aan dat [appellante] als zij wel het recht van koop had, niet tijdig daarvan gebruik heeft gemaakt. In het stuk met de koopoptie staat immers dat [appellante] dat moet doen binnen 1 jaar na het overlijden van de langstlevende van de ouders. [appellante] biedt aan haar stelling te bewijzen.