ECLI:NL:GHARN:2002:AF1099
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van ziektekosten voor zoon in het buitenland ondanks eigen vermogen
Belanghebbendes zoon, inwoner van Zimbabwe, raakte ernstig gewond en werd na een ongeluk per ambulancevlucht naar Nederland overgebracht voor medische behandeling. De kosten van deze vlucht bedroegen ƒ 156.272,-, waarvan belanghebbende ƒ 133.272,- betaalde.
Het geschil betrof de vraag of deze ziektekosten aftrekbaar zijn van het belastbaar inkomen van belanghebbende, ondanks het feit dat de zoon over eigen vermogen beschikte. Het hof stelde vast dat er een medische noodzaak was voor de overbrenging naar Nederland en dat dit medisch gezien de beste optie was.
Gelet op eerdere arresten van de Hoge Raad en de tekst en wetsgeschiedenis van artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964, oordeelde het hof dat de aftrek van ziektekosten niet afhankelijk is van het vermogen van degene voor wie de kosten zijn gemaakt. De ziektekosten zijn aftrekbaar voor zover zij de wettelijke drempel overschrijden.
Het hof vernietigde het bestreden besluit en verminderde het belastbaar inkomen tot ƒ 139.242,-. Tevens werden de proceskosten van belanghebbende toegewezen en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen werd verminderd en de ziektekosten voor de overbrenging van de zoon naar Nederland werden aftrekbaar verklaard ongeacht diens eigen vermogen.