ECLI:NL:GHARN:2003:AF8402
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-Van Hees
- Van der Kwaak
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verrekening door bank bij faillissement vastgoedvennootschappen
In deze civiele zaak stond centraal of de bank zich jegens de curator van failliete vastgoedvennootschappen kon beroepen op verrekening van bedragen die via notariële betalingen op de rekening van de vennootschappen bij de bank waren bijgeschreven.
De bank had hypotheekrechten als zekerheid voor kredieten, maar koos ervoor geen executoriale verkoop uit te oefenen. De vastgoedportefeuille was vrijwillig verkocht en de koopsommen werden via een notaris op de rekening van de verkopende vennootschap bij de bank gestort. De vraag was of deze betalingen als rechtstreekse betalingen aan de bank konden worden beschouwd en of de bank zich op verrekening mocht beroepen volgens artikel 54 lid 1 Faillissementswet Pro.
Het hof oordeelde dat de betalingen niet direct aan de bank waren gedaan, maar aan de vennootschap, waarbij de notaris namens de koper handelde. De bank had zich niet te goeder trouw gedragen indien zij wist dat het faillissement van de vennootschap te verwachten was toen zij zich door creditering tot debiteur maakte. Daardoor kon zij zich niet op verrekening beroepen. De bestreden vonnissen van de rechtbank werden bekrachtigd en de bank werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en oordeelt dat de bank zich niet op verrekening kan beroepen wegens gebrek aan goeder trouw volgens art. 54 Fw.