ECLI:NL:GHARN:2005:AS3695
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Ettema
- mr. Den Ouden
- mr. Monsma
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing op interest bij middellijk aandeelhouderschap binnen fiscale eenheid
Belanghebbende, een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap met feitelijke leiding in België, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 1999/2000. De Inspecteur had de aanslag verminderd, maar bleef van mening dat Nederland heffingsbevoegd was over de door belanghebbende ontvangen interest van een dochtervennootschap binnen een fiscale eenheid.
Het geschil betrof de uitleg van artikel 11, paragraaf 4, ten tweede, van het Belastingverdrag Nederland-België 1970, met name of het fiscale eenheidsregime ertoe leidt dat een middellijk aandeelhouderschap wordt omgezet in een onmiddellijk aandeelhouderschap voor de toepassing van het verdrag. Het Hof oordeelde dat dit niet het geval is, omdat het fiscale eenheidsregime niet de verdragsrechtelijke relatie tussen aandeelhouder en vennootschap verandert.
De Inspecteur's standpunt dat Nederland daardoor heffingsbevoegd is, werd verworpen. De jurisprudentie waarop de Inspecteur zich beriep was niet van toepassing op deze specifieke verdragsbepaling. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, en verminderde de aanslag naar een belastbaar bedrag van ƒ 415.627. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de uitspraak van de Inspecteur en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting wegens het ontbreken van onmiddellijk aandeelhouderschap.