ECLI:NL:GHARN:2006:BE8958
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagschrift opheffing conservatoir beslag na verkoop woning
Klaagster en belanghebbende hadden conservatoir beslag op een woning die zij gezamenlijk bezaten. Na verkoop van de woning werd het beslag door de notaris doorgehaald en de opbrengst op een rekening van de Staat gestort op basis van een volmacht als zekerheidsstelling. Klaagster verzocht om opheffing van het beslag op de opbrengst, teruggave van een deel van de opbrengst, vergoeding van rente en proceskosten.
Het hof oordeelde dat het oorspronkelijke beslag op de woning terecht was gelegd, maar dat het beslag niet automatisch overging op de opbrengst van de verkoop. Er was geen nieuw conservatoir beslag gelegd op de opbrengst, ondanks de volmacht en intentie daartoe. Hierdoor was er feitelijk geen beslag meer dat kon worden opgeheven.
Het hof verwierp het beroep van klaagster dat de overeenkomst met de Staat vernietigbaar was wegens dwang of misbruik, vanwege onvoldoende onderbouwing. Omdat geen beslag meer bestond, kon klaagster geen beklagrecht ontlenen aan artikel 552a Sv en werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. Het hoger beroep van belanghebbende tegen de veroordeling tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel was nog hangende.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot opheffing van het beslag en teruggave van gelden.