ECLI:NL:GHARN:2007:AZ9763
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Van der Pol
- Van den Brink
- Sijmons
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorschot schadevergoeding wegens blootstelling asbestcementafval met mesothelioom
Appellant woonde tot 1983 op een boerderij waar in 1967 asbesthoudend bedrijfsafval van Eternit werd gebruikt voor erfverharding. In 2005 werd bij appellant maligne mesothelioom vastgesteld. Hij vorderde in kort geding een voorschot van €35.000 wegens materiële en immateriële schade.
Het hof stelde vast dat Eternit in 1967 op de hoogte was van de gezondheidsrisico’s van asbest, waaronder het verband met mesothelioom, en dat zij onzorgvuldig handelde door het afval zonder waarschuwing ter beschikking te stellen. Het causaal verband tussen de blootstelling en de ziekte werd voorshands voldoende aannemelijk geacht.
Eternits beroep op de 30-jarige verjaringstermijn werd verworpen omdat het beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was, mede vanwege het ernstige verwijt aan Eternit en onduidelijkheid over verzekeringsdekking.
Het hof oordeelde dat appellant spoedeisend belang had bij een voorschot op de schadevergoeding vanwege zijn beperkte levensverwachting en wees het gevorderde bedrag toe. De grieven van appellant in het principaal appel werden gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het verjaringsverweer van Eternit in het incidenteel appel verworpen.
Eternit werd veroordeeld in de kosten van beide instanties en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eternit wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van €35.000 wegens onrechtmatig handelen met betrekking tot asbestcementafval.