Terberg Totaal Installaties Rotterdam B.V. vordert in kort geding dat haar voormalige werknemer, een elektromonteur, wordt verboden werkzaamheden te verrichten voor concurrent Beers Electrotechniek B.V. en dat hij zich houdt aan het concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding uit zijn arbeidsovereenkomst. De werknemer was sinds 2015 bij Terberg in dienst en stapte in november 2017 over naar Beers, een directe concurrent binnen een straal van 25 kilometer.
De kantonrechter stelt vast dat hoewel het concurrentiebeding formeel wordt overtreden, Terberg onvoldoende belang heeft bij handhaving. De werknemer beschikt niet over concurrentiegevoelige informatie, zijn werkzaamheden bij Beers verschillen van die bij Terberg, en de overstap is mede ingegeven door bedrijfsomstandigheden en persoonlijke relaties. Het concurrentiebeding is bedoeld om oneerlijke concurrentie te voorkomen, niet om het vertrek van werknemers naar concurrenten te blokkeren.
Ook de vorderingen tot nakoming van het relatie- en geheimhoudingsbeding worden afgewezen, omdat Terberg geen concreet belang of overtreding heeft aangetoond. De gevorderde boetes en kosten worden eveneens afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van succes in een bodemprocedure.
Terberg wordt veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst de vorderingen af.